Geplaatst: 04-02-2012 15:15
Door:
collie

De ouderenwerker van de kerk loopt naar de seniorenflat en denkt verbitterd: 'Het nieuwe motto van het CDA is dus compassie? Dat betekent toch medelijden en hulp bij het leed van anderen? Nou, daar zijn ze dan wel wat laat mee. Ze hadden ook geen 'compassie' toen ze vóór al die rot bezuinigingen stemden.' De ouderenwerker heeft de sleutel gekregen van de flat van een gehandicapte oude vrouw. Ze werd ziek, moest naar het ziekenhuis, en toen naar een verpleegtehuis. Terug naar huis kon niet meer. Kinderen heeft ze niet. Haar familie is oud en woont ver weg. Hij moet nu haar zaken regelen en haar flat leegmaken. Gratis, als vrijwilliger. Precies zoals 'zijn' CDA het graag wil. Buren en vrijwilligers kunnen best meer doen voor de zwakkeren. Wrang denkt hij; 'Ja, ja... dat is ook lekker goedkoop voor de overheid.' Politici houden het bij mooie woorden; de daden laten ze graag aan vrijwilligers over. Het Rijk kan zich kennelijk geen compassie meer permitteren. Er is een financieel tekort, en zorg en welzijn kosten steeds meer. Het Rijk heeft andere prioriteiten. De ouderenwerker van de kerk heeft de vrouw de laatste jaren snel achteruit zien gaan. Ze werd plotseling weduwe. Haar steun en toeverlaat viel weg. Opeens werd pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk ze was. Ze klopte bij allerlei loketten aan, maar geïrriteerde ambtenaren gooiden die compassieloos dicht. 'Sorry mevrouw, zo zijn de nieuwe regels.' Toen is hij haar gaan helpen. Uit compassie, maar ondertussen knarsetandend over de afbraak die hij zag gebeuren: Het wijkcentrum waar zij goedkoop kon eten en een praatje maken, werd gesloten. De overheid vond het te duur. Het kilometerbudget waardoor zij af en toe naar haar familie kon, werd drastisch verlaagd. Te duur. Ze vereenzaamde. Werd zieker en magerder. Buren hielpen, werden mantelzorger, maar konden het niet volhouden. Thuiszorg dan? Ze kreeg twee uur per week, en verder moest ze niet zeuren. Ze kwam in het verpleeghuis terecht. Het te weinige personeel had te weinig tijd. Ze ging verder achteruit. Op een dag ging hij haar opzoeken. Hij stapte haar kamer binnen en zag haar liggen; naakt op een luier na. Rillend en zacht snikkend zei ze dat haar wasbeurt niet afgemaakt was omdat de verzorgster met spoed naar een andere patiënt moest. Compassievol dekte hij haar toe, en vervloekte binnensmonds het overheidsbeleid. En nu staat hij in de woonkamer van haar flat. Wat zal hij voor haar meenemen? Uiteraard het portret van haar overleden partner. En misschien past dat boekenkastje ook nog wel in haar kamertje. Hij huivert. Er hangt een kille leegte in het huis. Net zo kil als die in de harde Haagse harten. Tekst: Kees de Jager
Geplaatst: 30-01-2012 20:45
Door:
collie

Regelmatig kom ik hem tegen bij onze buurtsuper. Een man van in de vijftig. Hij draagt een grote, grijze baard, plus een Zeeman broek en jack, en een boodschappenmandje met vrijgezellige dingen. Een pak melk. Een kant en klaarmaaltijd. Een halfje volkoren.Niks bijzonders, totdat je blik hem langer volgt. Dan zie je hoe – steeds weer- zijn tred plotseling stokt. Hij wiebelt naar voren alsof hij iets van de grond wil oprapen, maar er ligt niets.Daarna loopt hij weer een paar stappen, maar wiebelt opeens naar achteren alsof windkracht tien hem onverwacht treft. Hij herstelt zich, en vervolgt met grote stappen langs de schappen.Maar na een paar minuten schiet zijn arm met het boodschappenmandje opeens naar voren, en zijn andere arm naar achteren, heen en weer alsof hij stilstaand rent.Het personeel kent hem. Soms sturen ze hem weg, als ze het te erg vinden worden. Dan knikt hij berustend en wiebelt de winkel uit, om de volgende dag terug te komen.De klanten kennen hem ook. De meesten storen zich er niet aan, maar negeren hem wel. Een enkele domoor vraagt zich lachend af of hij dronken is. Of gek. Van hersenbloedingen, spasmen, en spiercontracties hebben ze nog nooit gehoord.Kinderen staren hem giechelend na. Mompelend winkelt en wiebelt hij verder.We staan samen bij de koffie-automaat van de heer Heijn. Ik in mijn lage maar rotsvaste rolstoel, hij hoog, maar wiebelend als waaibomenhout. 'Zal ik u even helpen?' Ik vraag het behulpzaam, maar ook uit eigenbelang. Ik ben bang dat hij tijdens het inschenken een acute wiebel krijgt en hete koffie over mijn schoot gooit. Hij glimlacht lief en zegt dat het wel goed komt. Dat komt het ook. Zwijgend nemen we een slok.Met vochtige ogen kijk ik hem na. MIjnheer Wiebel, ik vind je een held.Tekst Kees de Jager
Geplaatst: 13-01-2012 15:05
Door:
BV Hans

Puisten, wratten, eczeem, syfilis, misgeboorten, oorlogswonden en andere gebreken. In Museum Meermanno in Den Haag kunnen liefhebbers van afwijkingen hun hart ophalen. Adriaan van Dis, de keurige schrijver en estheet pur sang, heeft daar als gastconversator de tentoonstelling Enge Dingen - Het aangetaste lichaam, samengesteld. Het is een waar rariteitenkabinet geworden. Griezelen bij andermans afwijkingen en daar ook nog van genieten. Het was in de negentiende eeuw heel gewoon. Men ging toen zelfs zo ver dat er niet alleen 'dode dingen' maar ook levende mensen werden tentoongesteld. Siamese tweelingen, vrouwen met baarden, reuzen, noem het maar op. Voor lilliputters werd zelfs een miniatuurstad gebouwd waarin zij optraden voor bezoekers. De rariteitenkabinetten waren de voorlopers van de kermis van nu. In de huidige tijd is zoiets niet meer voorstelbaar, maar dat betekent niet dat de fascinatie voor het vreemde is verdwenen. Laatst nog werd ik een volle minuut aangestaard door drie kinderen die me plotsklaps in het oog kregen. Ze waren al vijf minuten pal onder mijn neus tikkertje aan het spelen, maar opeens, BAF, alle drie tegelijk zagen ze mij ineens écht. In mijn rolstoel en met voor hen niet vertrouwde trekken in het gelaat. Midden in hun spel vielen ze stil. En staarden... Uiteindelijk werd de magie verbroken doordat ik in lachen uitbarstte. Het was ook zo komisch. Die drie bloedserieuze koppies met opengevallen monden. Mijn lachen was voor hen het sein hun spel te hervatten. De betovering was voorbij. Kinderen wordt hun staren gemakkelijk vergeven. Anders is dat met volwassenen. De fascinatie voor het vreemde en afwijkende is taboe geworden. In een interview met Adriaan van Dis bevraagt Matthijs van Nieuwkerk de geboeidheid van Van Dis voor afwijkingen, alsof het zelf een anomalie betreft. Alsof het abnormaal is om het abnormale te willen doorgronden. Het is jammer dat Van Dis meebeweegt met die classificatie. Daarmee doet hij zichzelf en de tentoonstelling tekort. Want juist te midden van een maatschappij die alleen het perfecte en het gezonde nastreeft, is het van onschatbare waarde als het imperfecte een prominente plaats krijgt. Juist door het tonen van het imperfecte kan de angst ervoor verdwijnen en plaatsmaken voor andere ervaringen. Van Dis geeft dat als volgt weer: 'De kapotte dingen kijken mij aan. Ze zoeken contact en zeggen: zie toch hoe menselijk het monster is.' (Citaat afkomstig van de website van het Meermanno museum). Zelf heb ik meermalen ervaren dat oprechte aandacht voor iets wat in eerste instantie afstoot, een verborgen schoonheid kan onthullen. Een schoonheid die zich ontworstelt aan de esthetiek van de gestylede, rimpel-en fantasieloze fashion normen die van alle mensen gladgestreken eenheidsworsten maakt. Het imperfecte nodigt uit anders te gaan kijken naar normaliteit, gebrek en mens-zijn. Het kan diep ontzag inboezemen voor alle keren dat de natuur probleemloos haar vormen tot stand brengt, maar het brengt ook de veelzijdigheid van de (menselijke) natuur in beeld, die zich niet laat beperken door heersende idealen.Ik ga zeker naar Den Haag om te griezelen en om met ontzag te kijken naar de wondere veelzijdigheid der natuur! De tentoonstelling loopt tot 19 februari 2012. Marie-Jose CalkhovenBlog: http://bessensausmetrozen.blogspot.com/
Geplaatst: 05-01-2012 18:28
Door:
collie

Chronisch ziek en/of gehandicapt? Daar heb je een deeltijdbaan aan. En een heleboel anderen óók. Veel procedures kunnen beter en goedkoper. Bijvoorbeeld bij de verstrekking van een simpel bedleestafeltje van circa € 200,-. Door bureaucratie kostte dat in werkelijkheid bij mij een veelvoud.September: Mijn arts adviseert me om overdag twee keer een uurtje plat op bed te liggen. Dat is nodig voor mijn gewrichten. Maar ik ben niet ziek, dus ik wil in die tijd wat lees- of schrijfwerk doen. Dat kan met een bedleestafeltje. Eerst even overleg met mijn vakkundige ergotherapeute.Oktober: Samen inventariseren we waar het tafeltje aan moet voldoen. Makkelijk en licht instelbaar, want mijn handfunctie is beperkt. Op internet vinden wij geschikte tafeltjes bij leveranciers van hulpmiddelen, met vriendelijke prijzen. Zij maakt een advies voor de Zorgverzekeraar. Tegelijk vragen we een bedleestafeltje van de Thuiszorg te leen, zodat ik alvast geholpen ben. Ook moet ik naar de huisarts voor een machtiging. Geen probleem.Trrring...kassa. De eerste bijkomende kosten zijn gemaakt.Eind oktober: De Thuiszorg bezorgt een leentafeltje. Een ongeschikt onding, maar ja.. het is maar voor even. Dacht ik.November: Ik word gebeld door een rolstoelendealer die kennelijk ook iets doet in bedleestafeltjes. De medewerkster begint over "uw cliënt de heer de Jager." Help! Denkt ze dat ze iemand van een tehuis aan de lijn heeft waar de heer de Jager verpleegd wordt? Meteen rechtzetten: 'U spreekt met Kees de Jager zelf, ik woon zelfstandig, en mijn ergotherapeute heeft al een advies naar het Uni-vee gestuurd. Dus nu kan het tafeltje geleverd worden?' vraag ik. 'Nee mijnheer, zo werkt dat niet' zegt ze nijdig. 'U moet eerst zes maanden een bedleestafeltje van de Thuiszorg lenen. Ondertussen wordt er een indicatieprocedure gestart zodat u daarna misschien blijvend een tafeltje krijgt.' Trrring...kassa, we zijn lekker bezig.Januari: Een CIZ indicatie-adviseur belt mij over de aanvraag. 'Maar mevrouw...' zeg ik geprikkeld, 'er ligt al een advies en u heeft toch ook al jarenlang een dossier van mij?' 'Nee, dat heeft zij niet' zegt ze. Er volgen indringende medische vragen, want stel je voor dat ik onterecht een bedtafeltje zou krijgen. De indicatie-mevrouw is overtuigd. 'Maar eerst moet u nog de uitleentermijn bij de Thuiszorg volmaken. In april bel ik u weer.' Tringgggg... kassa. Mijn wantrouwen neemt toe. Ik krijg toch wel het geadviseerde tafeltje?Maart: De Thuiszorg belt: 'Wij willen NU het tafeltje terug dat u van ons te leen heeft, dit kan zomaar niet!' Ik leg het uit en de Thuiszorg verleend gratie; ik mag het tafeltje nog even houden. Trringgg...kassa, weer iemand aan deze klus gewerkt.April: De leverancier belt. Mijn tafeltje komt eraan. 'Ehhh... Is het wel het goede?' Mijn vriendelijkheid verandert in vechtlust. De levencier reageert op een manier van 'wij weten wel wat goed voor u is en verder niet zeuren. 'Nee mijnheer, wij zoeken een tafeltje voor u uit en bij dergelijke kleine voorzieningen is er vanwege bezuiniging geen keuze." Trrringgg... kassa. Telt al dat werk dan niet?Mei: Na veel gedoe om een afspraak te maken, wordt een verkeerd tafeltje bij mijn buren bezorgd. Het kan niet onder een bed geschoven worden, en is alleen te verstellen door sterke knuisten.Juni: Er wordt een ander tafeltje bezorgd. Iets beter, maar niet het gewenste. Teleurgesteld meldt mijn ergotherapeute dat er verder helaas niets aan te doen is; er zijn afspraken tussen leverancier en zorgverzekeraar. Het verkeerde tafeltje neemt de leverancier niet mee terug. Dat komt nog weleens. Ik heb nu één verkeerd tafeltje en één 'bijna goed.'Hoezo efficiëntie en bezuiniging? Waarom niet vertrouwen op de vakkennis en ervaring van ergotherapeut en gebruiker? En een budget te geven? Dan was het na 1 maand rond geweest, zonder alle bijkomende werk en kosten! Tekst: Kees de Jager
Geplaatst: 29-12-2011 12:44
Door:
collie

Vanwege mijn gezondheid, of ziekte, hoe zeg je het ben ik veel aan huis gebonden. Ik heb mijn stekkie gevonden met boeken lezen er iets over schrijven. Ik schrijf voor veel uitgevers en dat is erg leuk. Soms heb ik persoonlijk mail contact met uitgevers, of de auteurs en soms geven lezers een reactie,Maar ook in de boekenwereld draait het om geld, en om ons kent ons. Zo af en toe komt er een boek onder mijn aandacht dat mijn hart heeft gestolen.Nu was er het boek StaringU, meer hierover in de Boekenhoek De persoon achter dit boek verdient aandacht, het draait bij hem om de mens.Heel belangrijk is dat de mensen met een handicap in StaringU, heel mooi zijn gefotografeerd, We leven in een wereld waarin alles draait om schoonheid. Als een model niet mooi genoeg is dan wordt de foto wel bijgewerkt totdat de vrouw er prachtig uitziet. Schijn bedriegt dus.Jan Beerling heeft met zijn boek StaringU laten zien dat mensen met een handicap ook kunnen stralen. Gewoon omdat het puur, en echt is. En dat is pas schoonheid.
Geplaatst: 13-12-2011 13:21
Door:
Geerdt

Jarenlang had het woord faxen voor mij een dubbele betekenis en had het in mijn vriendenkring niks te maken met dat papierverslindende apparaat. 'Jongens, ik ga even faxen', zei ik waarna ik me even op de wc terugtrok. Faxen was een mooi woord voor even lekker gaan poepen. Maar volwassen kerels poepen niet. Baby's poepen en kinderen. Een echte kerel gaat zitten bouten of faxen. Later kwam daar het begrip bij: 'even een uitdraai maken'. En, afhankelijk van de hoogte van je nood: 'een flinke uitdraai' of een 'spoedopdracht'. Een kennis van mij 'bakte altijd een volkorenbrood'. Afhankelijk van wat hij de dag tevoren gegeten had, was dat met zonnepitten of rozijnen. Daar kon hij tot afgrijzen van sommigen kleurrijk over vertellen. Ik heb daar altijd van harte aan meegedaan en als 'echte kerel' verzin ik nu ook mooie begrippen om van mijn urine af te komen. 'Eens kijken of ik nog een jongetje ben' was een tijdje populair. En 'even mijn beste vriend een hand geven'. In mijn pubertijd ging een vriend van mij altijd 'zeiken als een reiger'. 'Val niet om als je lang op één been staat', riep ik hem wel eens na. Vrouwen doen dat heel anders. Ze vertellen keurig netjes wat ze gaan doen en dat bijna allemaal ook met dezelfde woorden. Vrouwen namelijk 'gaan plassen'. In mijn omgeving roepen heel verschillende vrouwen met heel verschillende achtergronden allemaal tegen mij: 'ik ga even plassen', waarna ze snel naar de wc huppelen. Eén van mijn PGB hulpen thuis riep het laatst, maar ook dames uit mijn gezelschap waarmee ik in een café of restaurant afgesproken heb. Zelf heb ik altijd weer behoefte aan andere woorden, terwijl iedereen gewoon weet wat je gaat doen. Ik moet in mijn rolstoel wel eens katheteriseren maar daar heb ik nu ook iets op gevonden. Ik ga dan even 'on line'. Jan Beerling