Spring naar de inhoud
Geplaatst: 02-05-2012 09:17 Door: collie
Casey Ze had al 20 jaar niet meer voor een baas gewerkt. Nu is ze een gescheiden herintreder en heeft een tijdelijk contract bij de klantenservice van een loterij. Verbaasd merkt ze hoe het enge buitenbos is verwilderd. Elke dag wordt ze wel een paar keer uitgescholden. Ze wordt een sekswerker genoemd, maar dan met een woord van vier letters, en eerst een ziekte van zes letters. Ze kan er  tegen, maar wennen doet het nooit. Af en toe is het ook best leuk: een weduwnaar uit Kerkrade zegt dat hij rijk is dankzij de loterij, en ondanks zijn 82 jaren nog kerngezond. Hij vindt haar lief en vraagt haar ten huwelijk. Beleefd wimpelt ze het af. Ze belt een oude mevrouw die vroeger online meespeelde. 'Is uw opzegging goed afgehandeld mevrouw? Als u weer mee wilt spelen is de eerste keer gratis hoor!' Haar antwoord is ontroerend: 'Nee mevrouw, mijn man is overleden. Ik koop alleen op zijn verjaardag nog een lot als herinnering, want hij speelde graag in de loterij.'  Ze ontdekt ook het digitale pesten. Mensen geven online iemand die ze niet mogen, als nieuw lid op. Zij belt ze dan om ze welkom te heten, en wordt zelf uitgescholden. Moe en murw gaat ze naar huis. Maar in de schuldsanering komt ze niet. Tekst: Kees de Jager
Geplaatst: 29-04-2012 09:14 Door: collie
Rozemarijn Goh, schrijf jij tegenwoordig columns? Ja, inderdaad. Wat leuk. Waar schrijf je dan zoal over? Tot nu toe voornamelijk over mijn ouders. Het helpt bij de verwerking. Ja, dat snap ik, maar je kan ook over iets anders schrijven. Dat klopt, wat had je in gedachten? Je kan bijvoorbeeld over relaties schrijven. Altijd een hot item. Eh, ja. Ga er maar aan staan: schrijven over relaties. Het is – op zijn zachtst gezegd – nogal een breed onderwerp. Laat ik me dus maar beperken tot de liefdesrelatie. Ah, l'amour! Zo oud als de mensheid, zo nieuw als de dageraad. Begeerd, verguisd en immer een boeiend gespreksonderwerp, omgeven door talloze mysteries. Zo is daar de mythe van "de ware", het sprookje van "de prins op het witte paard", de mysterieuze "klik" en last but not least "le coup de foudre" oftewel: liefde op het eerste gezicht (soms klinkt het fraaier in het Frans). Alleen al in Nederland zijn miljoenen singles op zoek naar hun soulmate. De datingsites floreren als nooit tevoren. In profielen wordt vaak zonder schroom gelogen over leeftijd,  gewicht en opleidingsniveau. Veel mensen hebben een wensen- en eisenlijst om "U" tegen te zeggen. Op datingsites wemelt het van mensen die niet zoeken, maar gevonden willen worden en van mensen die er jonger uitzien dan ze zijn ("zegt men"). Strandwandelingen zijn ongekend populair, evenals wijn drinken bij de open haard.  Innerlijk is belangrijker dan uiterlijk ("maar het oog wil ook wat"). Het hebben van een "rugzakje" is acceptabel, maar het moet wel leeg zijn. Er zijn datingsites voor mensen die een monogame relatie willen, voor mensen die meerdere partners wensen (al dan niet in het geniep), voor mensen boven een bepaalde leeftijd, voor mensen met specifieke voorkeuren en ga zo maar door. Op de geplaatste foto's ziet het gros van de deelnemers er fantastisch uit, maar helaas zijn de foto's niet altijd even recent. Soms zijn ze zelfs niet van de persoon in kwestie. Ik hoorde ooit een verhaal over een man die ging daten met een beeldschone dame (dacht hij,  gezien de foto) en tot zijn schrik een soort Ma Flodder aantrof. In de zoektocht naar een relatie is blijkbaar vrijwel alles geoorloofd. Is het hebben van een relatie zo belangrijk? Kan het leven niet leuk zijn zonder? Daarover verschillen de meningen. Ik heb nog nooit iemand horen zeggen: mijn leven stelt niks voor zonder relatie. Ik heb wel heel vaak gehoord dat een relatie geen invulling moet zijn, maar een aanvulling. Toch ken ik verhalen over mensen die zo graag een partner willen, dat ze niet bepaald selectief meer zijn. Ik hoorde zelfs ooit een vrouw zeggen: als hij mij leuk vindt, dan vind ik hem ook leuk.  Als moderne single mag je niet zeggen dat je graag een relatie wilt. Nee, je moet een nonchalante houding aannemen, zo van: ach, een relatie kan prettig zijn, maar zonder heb ik het ook prima naar mijn zin. Huh? Waarom staan er dan zoveel mensen op datingsites, vraag ik me af? Wat is er eigenlijk mis mee om gewoon toe te geven dat je verlangt naar een relatie? Dat je ervan overtuigd bent dat een (goede!) relatie je leven mooier maakt, meer zin geeft? Volgens mij niks. Deze single gaat binnenkort trouwen met "the love of her life"(soms klinkt het beter in het Engels). Daar ben ik heel blij mee. Jawel, dat durf ik zomaar te zeggen. Dan maar niet modern. Kan mij het schelen! Teskt: Rozemarijn
Geplaatst: 26-04-2012 12:04 Door: BV Hans
foto Marie-Jose Steeds weer duikt dat zinnetje op. In artikelen, de krant of op tv. "Gekluisterd aan een rolstoel". En steeds als ik het hoor of lees, zakt de moed me in de schoenen en slaakt mijn rolstoel een diepe zucht. Hoe verkeerd kan een stoel begrepen worden? Sommige beeldvorming is hardnekkig. Ik weet het. Maar dat juist datgene wat mij mijn vrijheid verschaft steevast wordt omschreven als 'in de boeien slaand', blijft onbegrijpelijk. Mijn rolstoel is de poort naar de wereld. Hij maakt mogelijk wat ik op eigen kracht niet meer kan volbrengen. Zonder rolstoel zou ik aan huis gebonden zijn. Veroordeeld tot contact via telefoon en computer. Mijn dochter zou moeten opgroeien zonder moeder die haar ophaalt aan de schoolpoort. Markt, winkels, musea, zouden het zonder mijn bezoek moeten stellen, evenals strand en bos. Ik zou, kortom, al mijn bewegingsvrijheid verliezen. De opvatting dat gehandicapten gekluisterd zouden zijn aan hun rolstoel is vrij middeleeuws. Ik kan me zo voorstellen dat gehandicapt-zijn toendertijd echt geen pretje was. Als je niet kon lopen was je waarschijnlijk veroordeeld tot het slijten van je leven op een harde houten keukenstoel. Dat voelde dan vast heel gekluisterd aan. Maar hallo! We leven in de 21ste eeuw, met hightech rolstoelen. Het vraagt wel heel veel van mijn verbeeldingskracht om dan nog iets aan te kunnen met zo'n begrip als 'gekluisterd'. Desondanks blijft het beeld van de gekluisterde gehandicapte rondwaren, en dat mist zijn uitwerking niet. Toen ik zelf toe was aan mijn eerste scootmobiel – negentien was ik - was ik er stiekem van overtuigd dat een rolstoel me pas écht gehandicapt zou maken. Zolang ik nog liep, ook al was het strompelend, zou ik niet tot de categorie gehandicapten gaan behoren. Die waan hield stand tot het moment dat ik me realiseerde hoezeer ik mijzelf voor de gek aan het houden was. Ik zat weliswaar niet in een scootmobiel, maar ik kwam ook nergens meer. De realisatie dat ik feitelijk allang gehandicapt was, zelfs zonder scootmobiel, trok me over de streep en achteraf had ik spijt van al mijn getwijfel. De aanvaarding van een scootmobiel maakte dat al mijn toenmalige handicaps oplosten als sneeuw voor de zon! Zittend kon ik ineens weer van alles! Niks kluisters, boeien, riemen, touwen en al wat een mens kan binden. Niks écht gehandicapt. De komst van mijn scootmobiel maakte dat ik opnieuw onbeperkt kon gaan en staan waar ik wilde. Een ervaring die zich herhaalde met de komst van mijn eerste rolstoel. Vaak hoor ik bij ouderen of mensen met een beperking eenzelfde moeite met het aanvaarden van een mobiliteitshulpmiddel. Kennelijk blijft de gedachte overheersen dat een leven op wielen beperkter is dan een leven op benen. Zelfs als die benen in hoge mate niet meer voldoen. Zinnetjes als "gekluisterd aan een rolstoel" dragen bij aan het in stand houden van dat niet op de werkelijkheid gestoelde idee. En dat is een slechte zaak. Het zou dus heel fijn zijn als het gewraakte zinnetje uit onze spreek-en schrijfgewoonten verdwijnt. Met heel veel dank alvast. Ook namens mijn stoel. Marie-Jose CalkhovenBlog: http://bessensausmetrozen.blogspot.com/   
Geplaatst: 21-04-2012 11:36 Door: collie
Rozemarijn Ik ben best slim. Ik kan goed lezen. Ik beschik over een vrij grote woordenschat.  En toch snap ik ze niet, de brieven van het CAK. Ze zijn ook niet te snappen. Echt niet. Gelukkig hoor ik dat ook van andere mensen, want ik begon al aan mezelf te twijfelen. Ik heb inmiddels een map vol brieven van het CAK en ze blijven maar komen. Een vriendin van mij kampt met het zelfde probleem. Zij heeft het CAK gebeld met de vraag of het echt noodzakelijk is om elke keer als haar moeder de maandelijkse bijdrage moet betalen (die in haar geval ook nog automatisch afgeschreven wordt) weer zo'n onbegrijpelijke brief te sturen. Het antwoord luidde: zo werkt ons systeem, dus dat kan niet anders. Snapt u het nog? Ik al lang niet meer. Mijn vriendenkring herbergt nogal wat mantelzorgers. We kunnen dus onze ervaringen met elkaar delen, hetgeen beslist een troostende werking heeft. Bovengenoemde vriendin wilde graag dat haar moeder een zogenaamde belmat kreeg. Haar moeder loopt nogal eens weg en gaat dan dwalen. Dat doet ze soms ook midden in de nacht. Een belmat zou dit probleem kunnen oplossen. Mijn vriendin heeft zes telefoontjes moeten plegen en uiteindelijk werd ze door de zesde persoon terugverwezen naar de eerste, die ze aan de lijn gehad had. Die mat is er nooit gekomen. Haar moeder had een PGB en heeft sinds kort een indicatie voor langdurig verblijf in een verpleeghuis. Daar woont ze nog niet, want het verpleeghuis heeft een wachtlijst. Haar PGB is echter met onmiddelijke ingang opgeheven, zodat ze o.a. niet meer naar de zorgboerderij kan, waar ze wekelijks en met veel plezier naar toe ging. Moest mijn vriendin daar weer over gaan bellen. Voor zover ik weet is deze kwestie nog niet opgelost.  Toen mijn moeder nog in een woonzorgcentrum woonde, besloot de Sociale Dienst van de ene op de andere dag dat haar uren huishoudelijke hulp gehalveerd werden. Een bezwaarschrift en een hoorzitting mochten niet baten. Het besluit van de Sociale Dienst bleef ongewijzigd. In de brief, waarin mij dit medegedeeld werd, stond: deze maatregel is genomen in het kader van de WMO en heeft als doel het bevorderen van de zelfstandigheid. Dat laatste is jammerlijk mislukt. Mijn moeder ging niet spontaan weer ramen lappen en stofzuigen. Petje af voor alle mantelzorgers. Het is een zware taak, want het is hartverscheurend om iemand van wie je houdt te zien aftakelen. Ik vind het dan ook bijzonder kwalijk dat deze taak extra verzwaard wordt door de strijd met allerlei logge instanties, bij wie het alleen om geld draait. Tekst: Rozemarijn 
Geplaatst: 12-04-2012 12:54 Door: collie
Rozemarijn Hij had zo zijn eigen taalgebruik. Zijn pantoffels noemde hij "bordeelsluipers". Ik gebruikte dat woord al lang voordat ik wist wat een bordeel was. Mij noemde hij "dappere dodo". Jaren later kwam ik er pas achter dat dat beest uitgestorven is. Slecht weer omschreef hij als "sombri sombrero". Gek hoe dat soort dingen blijven hangen. Ik zeg het zelf ook nog wel eens. Hij beschikte over feiten, waar niemand iets aan had. "Als je een leeuw tegenkomt, moet je een paraplu in zijn gezicht opsteken, dan schrikt hij en rent weg". Ik kom doorgaans weinig leeuwen tegen. Ja, soms in mijn dromen, maar dan heb ik nooit een paraplu bij me. "Nixon was dol op kaas met ketchup". Nuttige informatie, pa. Hij hield niet van in de tuin zitten. Als hij het al deed, moest zijn eigen stoel mee, want hij ging echt niet in een tuinstoel zitten. Zijn vest hield hij aan, al was het 25 graden. Pas als het 30 graden of warmer was, liet hij zich verleiden tot het dragen van een overhemd met korte mouwen. Bij zulke temperaturen liet hij soms zelfs (hoe frivool!) zijn stropdas af. Hij had niks met muziek, maar was wel gecharmeerd van de nummers "Banapplegaz" van Cat Stevens en "Sugar me" van Linsey de Paul. Ik zal nooit begrijpen waarom. Hij hield erg van lezen, maar verslond net zo makkelijk boeken van Jan den Hartog (zijn absolute favoriet) als van Harold Robbins. Ik houd het maar op een brede interesse. Hij was voorzichtig met geld, maar kreeg soms ineens een gulle bui. Dan kreeg ik spontaan dure cadeaus van hem, zoals bijvoorbeeld een prachtig horloge van Omega, dat ik twintig jaar met veel plezier gedragen heb. Tot slot een anekdote, die behoort tot de familiehistorie. Mijn vader kon enorm hard snurken en ik had als kind veel nachtmerries. Ik werd een keer half wakker uit zo'n enge droom en hoorde een raar geluid. Lichtelijk in paniek riep ik "mama, mama, ik hoor een beer!" Het antwoord van mijn moeder luidde "stil maar kind, dat is je vader". Gerustgesteld viel ik weer in slaap. Ja, mijn vader was een aparte. Zou het erfelijk zijn? Tekst: Rozemarijn
Geplaatst: 10-04-2012 17:23 Door: collie
Kees de Jager Om 7 uur wakker. Nog even dommelen en denken over vandaag. Ik hoor het gespetter van een douchende eega. Zij moet straks weg.Vanmiddag een gesprek met mijn arts. Om 13.00 uur moet ik in het ziekenhuis zijn.Mijn rolstoel staat naast me; vanuit mijn bed kan ik er zo in schuiven. Nee dus; Hij draait naar één kant weg en bijna val ik op de grond. Had ik vannacht 1 wiel vergeten op de rem te zetten? Met een paar rare capriolen hijs ik mezelf in mijn wegrollende rolstoel. Beide remmen staan er op, maar links is er geen grip. Duidelijk gevalletje van 'lekke band!'Shit, ook dat nog. Rijden met een lekke band gaat ongezellig zwaar en je maakt je velg kapot. Ik roep mijn eega met de melding 'lekke band!' Het geluid van een sirene makend (taaa... tie.... taaa... tie) komt zij lachend aanrennen met mijn doucherolstoel. Dat is behelpen, want het ding is gemaakt om onder de douche te zitten en niet voor huis tuin en keuken verkeer. Waterbestendig, maar niet handicapbestendig.Eega belt om 8.30 uur het rolstoel reparatiebedrijf, en zegt dat ze echt vóór 12.00 uur moeten komen omdat ik om 13.00 uur in het ziekenhuis moet zijn. Het bitcherige, gehaaste antwoord van de telefoniste geeft weinig vertrouwen. Eega zegt haar afspraak af, om me indien nodig te kunnen helpen.Om 11.30 uur is er nog geen monteur geweest. Mijn afhankelijkheid wordt pijnlijk duidelijk. Door de urenlang verkeerde houding in de doucherolstoel, heb ik inmiddels pijn in rug, heupen en knieën.Ik wil de reparatiedienst bellen, en in gif gedoopte woorden tegen ze zeggen.'Ik bel ze wel' zegt eega, 'jij bent nu veel te opgefokt.' Vanuit mijn werkkamer hoor ik haar de situatie uitleggen en vriendelijk aandringen. Als ze me verslag doet, zie ik rode vlekken in haar nek, een teken dat het gesprek vervelend was: 'Die bitch snauwde dat ze niets beloofd had, maar dat ze het zou proberen.'Gestresst denk ik: 'Nog even, maar dan moet ik toch echt mijn arts afbellen. Joost mag weten hoe lang het duurt voordat ik opnieuw terecht kan.' Mijn frustratie stijgt. 'Die monteur krijgt straks de volle laag van me' denk ik grimmig. 'En ik ga een klacht indienen bij de gemeente, bij de CG raad, bij het Ministerie, en desnoods bij de Verenigde Naties of bij het Hemelse Gezag, weet ik veel... maar ik zal ze krijgen,' fok ik mezelf wraakzuchtig op. 12.15 uur: Ding dong zegt de deurbel, en de monteur komt binnen.Ik zit klaar om hem psychisch te vermorzelen, en dat klote bedrijf aan de schandpaal te nagelen. 'Sorry mijnheer' zegt de monteur oprecht vriendelijk. 'Ik heb een idioot drukke ochtend, maar om eerlijk te zijn.... Ik ben u ook vergeten. Het was goed dat u nog even belde, anders had ik pas eind van de middag gekomen. Het spijt me, ik ga vlug aan de slag voor u.'Zijn eerlijkheid ontwapent me. Mijn woede smelt als sneeuw voor de zon. Opgelucht wens ik hem succes. Binnen een kwartier heeft hij mijn band vervangen en nog een extra serviceklusje voor me gedaan. Net op tijd ben ik bij mijn arts.  Maar toch.... Spoedklussen mogen niet vergeten worden, en telefonistes mogen best wat meer empathie hebben! Tekst: Kees de Jager
Pagina: