Geplaatst: 27-12-2012 11:08
Door:
redactie

Pim en zijn moeder zijn van heel dichtbij gefilmd. Moeder houdt Pim vast op haar schoot. Hij lijkt een heel grote baby met zijn spastische bewegingen en zijn grote open mond die almaar lacht. Pim is zwaar lichamelijk gehandicapt, hij kan eigenlijk helemaal niks. Zijn moeder vertelt over hun leven met een zwaar Rotterdams accent. Haar ogen stralen en haar interactie met Pim is bijna als helder licht waar te nemen, zoveel warmte en genegenheid wisselen zij uit. Wie meent dat wat moeder vertelt gaat over de pijn die zij beleeft aan haar gehandicapte kind heeft het mis. Haar grootste pijn lijkt in het geheel niet bij Pim te liggen. Eerder heeft zij last van een omgeving die stelselmatig het uitgangspunt hanteert dat haar leven met Pim wel vreselijk zwaar zal zijn en heel beperkt. Daar heeft ze grote moeite mee: "Ze vinden je eigenlijk een soort van zielig". En in dat kader stelt ze voor de camera de ontroerende vraag waarom je je eigenlijk moet verantwoorden voor het feit dat je gelukkig kan zijn met iemand die niks kan? Het is een onderbelicht facet van gehandicapt zijn: De last die het gevolg is van de veronderstellingen die vanuit de buitenwereld op je afkomen. Niet af en toe, maar vrijwel dagelijks. Want hoeveel ervaringsverhalen de wereld ook rijk is en hoe vaak daarin ook wordt benadrukt dat kwaliteit van leven niet afhangt van lichamelijke gezondheid, het is een hardnekkig maatschappelijk verschijnsel om gehandicapten te blijven benaderen vanuit een aantal vaste veronderstellingen: Het hebben van een handicap is zwaar. Je wilt er vanaf. En je bent bereid daarvoor te vechten. Binnen deze opvatting is het ondenkbaar dat je je vreugdevol kunt voelen in een bestaan met lichamelijke beperkingen. Dat je je licht en luchtig kunt voelen ondanks een zwaar en onwillend lijf. Of super sexy terwijl alles aan jou schuurt met de beeldvorming die dicteert wat sexy is. Dat je je onafhankelijk kunt voelen terwijl je verzorgd wordt. Dat je oprecht van je lijf kunt houden ook al bezorgt het je pijn. Dat je blij bent met je rolstoel en niet gefrustreerd. Dat je je handicap zelfs kunt vergeten omdat de innerlijke ervaring van het lichaam een andere is dan die van het "bekeken lichaam". Of dat je super blij kunt zijn met een zwaar gehandicapte kind, zoals de moeder van Pim. De veronderstelde gehandicapte wordt geacht te lijden. Hij zou ernaar moeten verlangen iemand anders te zijn. En deze door de buitenwereld geprojecteerde mal kan zwaarder drukken dan het leven met een handicap zelf. Maar gelukkig zijn er dan altijd weer mensen zoals de moeder van Pim die op ludieke wijze de valse veronderstellingen rond haar zoon aan mootjes hakt. Een ieder die het waagt om het leven met haar gehandicapte kind als "zwaar" te classificeren, krijgt in plat Rotterdams te horen: "Nou dat valt wel mee hoor, hij weegt maar 24 kilo." Marie-Jose CalkhovenBlog: http://bessensausmetrozen.blogspot.com/
Geplaatst: 21-12-2012 07:39
Door:
redactie

Wat vooraf ging lees je hier Deel 3 - slot De bevalling is in volle gang, het zal niet lang meer duren. Poeslief en positief geeft Agnes Canta commentaar. Emilio staat in de tuin te roken.Wat is dàt nou? In de blauwzwarte lucht verschijnt een grote, stralende ster. Blij licht tintelt door de duisternis. Hij hoort het geklapwiek van een legioen vleugels naderbij komen. Het zijn duiven... honderden witte duiven. Ze landen op het dak van zijn huis en zitten tevreden te koeren. Emilio schudt zijn hoofd als een hond die uit het water komt. Verbaasd, alsof hij zichzelf uit de droom wil helpen. 'Ben ik oververmoeid, had ik die borrel niet moeten nemen? Wat gebeurt hier?'Hij rilt, maar voelt tegelijk rust en kracht over zich komen. Alles komt goed. De wereld zal verbeteren. Hij voelt het, hij weet het . En die club van De Rik krijgt hij ook wel klein.De rust wordt doorbroken door een oerkreet van Maria. Even later twinkelt het gehuil van een pasgeboren baby door de nacht. Emilio rent naar binnen en ziet Maria met het kind op haar borst liggen. 'Alles goed?' Ja, en het is een jongetje! 'Hoe willen jullie hem noemen?' vraagt mevrouw Roeméros vertederd. 'Hij moet Jezus heten' zegt Jozef. 'Zouden jullie dat wel doen?' vraagt Agnes. 'Jezus' is tegenwoordig een stopwoordje en een krachtterm. En vroeger was er ook al een of andere Jezus.'Maria antwoordt zelfverzekerd: 'Dit is de nieuwe. Zijn naam is geen 'stopwoordje', maar het Woord dat onvrede stopt en èchte Kracht geeft.' Af en toe doet het kind Zijn oogjes open. In Zijn blik zit iets waar geen naam voor is. Het lijkt of er licht om Hem zweeft. Mensen voelen zich vredig en sterk worden in Zijn nabijheid. Een paar dagen later zoeven drie gepantserde limousines het slaperige straatje in. Ze parkeren voor Emilio's deur. Saai geklede kale mannen met oortjes doen de portieren open. Emilio schrikt en denkt somber: 'Nondeju, het partijbureau is er achter gekomen. Nu komt het Rode Leger me halen en word ik verbannen naar het politieke strafkamp in het ijzige Den Helder.' Uit de limo's stappen echter drie wijzen uit het oosten en westen: De presidenten Obama, Abbas en Netanyahu! Hun inlichtingendiensten hebben laten weten dat er een 'Vredevorst' geboren is. Die kunnen ze goed gebruiken, want zelf weten ze het niet meer. Berekenend bengen ze alvast wat geschenken. 'Dat is goed voor de relatie' denken ze. Obama heeft een verblijfsvergunning voor Amerika bij zich, Abbas een survival kit, en Netanyahu het handboek 'Hoe manipuleer ik de media.' De 'wijzen' dachten toen nog in hun oude patronen.Maar nu kijken ze naar Jezus en voelen Zijn wijsheid en rechtvaardigheid in zich stromen. "Come on guys, let's help this Prince of Peace. Yes we can!' zegt Obama.Gebroederlijk en vastberaden vertrekken ze om nieuwe, eerlijke verdragen te tekenen. Witte duiven fladderen achter hen aan. Door Kees de Jagerauteur van het boek 'Mij krijgen ze niet' over leven met een beperking in de 60-er en 70-er jaren. www.keesdejager.com
Geplaatst: 20-12-2012 09:16
Door:
redactie

Wat vooraf ging lees je hier Vertwijfeld staat Emilio bij het asielzoekers echtpaar dat hij zojuist heeft aangereden. Als hij de politie belt krijgen ze nog meer narigheid, en hijzelf slechte publiciteit. Maar hij wil ze ook niet in de kou laten staan. 'Ik neem u mee naar mijn huis. U krijgt een bakske om warm te worden en ik probeer tijdelijke opvang voor u te regelen.' In gebrekkig Engels raken ze aan de praat. De man stelt zich voor als Jozef, en de vrouw als Maria. 'Ja hoor, het zal wel' lacht Emilio gemoedelijk. 'Van mij mag u die schuilnaam gebruiken hoor.' Hij knipoogt vet. Ondertussen geeft zijn vrouw het uitgehongerde stel een bord stevig gevulde tomatensoep. Terwijl Emilio druk voor opvang aan het bellen is, krijgt Maria haar eerste wee. Met steeds kortere tussenpozen opgevolgd door steeds heviger weeën. Het duo zal spoedig een trio worden. Naar het ziekenhuis kan niet, omdat dan hun illegaliteit uitkomt. Opvang lukt ook niet, niemand wil ze vannacht hebben. Maria zal in huize Roeméros moeten bevallen. Gelukkig wil Agnes Canta, een bevriende verloskundige, helpen bij de bevalling. Vijf uur 's nachts. De hele nacht hebben ze met z'n allen zitten puffen, aanmoedigen en helpen. Emilio heeft een korte time out nodig. Hij schenkt zichzelf een dubbele whisky in en gaat naar buiten om een peuk te roken. Hij was gestopt, maar heeft het nu echt even nodig. In de keukenlade lag nog een oud, aangebroken pakje. Beurtelings neemt hij een slok vuurwater, ademt de vrieslucht in, en inhaleert diep de helse dampen van de uitgedroogde heilige St. Nicotinus. Hijgend en hoestend kijkt hij omhoog. Ga naar deel 3 (slot) > Door Kees de Jagerauteur van het boek 'Mij krijgen ze niet' over leven met een beperking in de 60-er en 70-er jaren. www.keesdejager.com
Geplaatst: 19-12-2012 10:08
Door:
redactie

Op het asfalt was onderkoelde regen gevallen. Er glinsterde ijzel op de ringweg van de stad. Voorzichtig rijdt Emilio Roeméros na zijn late vergadering naar huis. Moe en gefrustreerd omdat hij niets bereikt heeft. 'Weg met die asielzoekers' vond een krappe meerderheid. Emilio was verbitterd omdat die vent, die 'De Rik', ook vóór had gestemd. 'Wat een Judas. Eerst zeggen dat je sociaal bent, daarna asociaal beleid steunen. Die 'De Rikken' laten zwakkeren stikken.' Emilio grinnikt strijdlustig. 'Hee, dit zinnetje kan ik ook bij het journaal gebruiken.' Hij stopt 'A hard rocking Xmas' in de cd speler en gaat ongemerkt iets harder rijden.Opeens doemen op een zebrapad twee silhouetten op. Ze zullen toch wel stilstaan? Nee, ze strompelen door, met een arm om elkaar heen. Hij toetert, remt, slipt..., corrigeert..., maar zijn tomaatrode busje glijdt langzaam door.Als Kerst-Flappies die het mes zien naderen, kijkt het stel verstijfd van angst in de koplampen. Emilio's hart bonkt zijn borst uit. Seconden lijken minuten te duren. Eindelijk staat zijn busje stil. Heeft ie ze geraakt? Hij voelde daarnet een lichte bons aan de zijkant van zijn auto. 'Nondeju, ja hoor... daar liggen ze.' Emilio rent er naar toe, knielt bij ze neer. Het zijn een koffiekleurige man en vrouw, in schamele kledij. Asielzoekers? De vrouw is hoogzwanger.... ook dat nog. Emilio stamelt: 'Heeft u zich bezeerd? Ik kon er echt niets aan doen. Kom, ik breng u naar het ziekenhuis'. Het stel krabbelt overeind, er lijkt niets met ze aan de hand. 'No no, no hospital' zegt de man zenuwachtig. 'We have no insurance.' 'Zal ik dan de politie bellen?' Nu worden ze panisch. 'No police, we are illegal here! They told us to thunder up.''Straks moet ik zelf ook upthunderen door dit akkefietje' denkt Emilio benauwd. In gedachten ziet hij de koppen in de Telegraaf al: 'Roemerio's rode gevaar pleegt aanslag op asielzoekers!' Wordt vervolgd, ga naar deel 2 Door Kees de Jagerauteur van het boek 'Mij krijgen ze niet' over leven met een beperking in de 60-er en 70-er jaren. www.keesdejager.com
Geplaatst: 18-12-2012 22:35
Door:
redactie

Met klassieke bierbuik en gemillimeterd haar zit hij aan mijn keukentafel. Binnen vijf minuten is me in plat Utrechts haarfijn uitgelegd dat de Polen alle baantjes inpikken en waarom alle allochtonen het land uit moeten. Even later staat hij hijgend in de tuin mijn nieuwe bestrating erin te beuken. Peuk in de mond en de broek zover gezakt dat de bilspleet zichtbaar is. Als hij moeizaam uit kniezit omhoog komt, grijpt hij steevast kreunend naar zijn rug, en hijst vervolgens zijn broek omhoog. Zijn maten maken daar grappen over. Het klinkt alsof ze die al jaren, dag in, dag uit, maken. De man is 43 maar fysiek al aan het einde van zijn latijn. Ik stel me hem thuis voor op een bruinleren bank met jaren '70 bloemetjesbehang en een vrouw die altijd klaagt. Daarom klust hij waarschijnlijk ook zoveel bij in het weekend. Hij lijkt me weinig empathisch maar ik vergis me. In de twee dagen dat hij hier rondloopt vraagt hij meermalen naar mijn 'fysieke toestand' en 'hoe het zo is gekomen?' En bij alles wat ik vertel schudt hij meewarig zijn hoofd en verzucht. "Sjonge, jonge, het is toch wat". Mijn pogingen hem te vertellen dat "het wel meevalt hoor", en dat "ik ermee geboren ben", vallen niet in vruchtbare aarde. Het blijft "sjonge, jonge, niet meevallen". Bij de lunch vraagt hij nog even of het ook "alsmaar erger wordt". "Ja, Frans, dat wordt het". De arme man is zichtbaar aangedaan. Bijna sla ik mijn arm om hem heen om hem te troosten, maar ja, stratenmakers huilen niet. Ik neem het hem niet kwalijk hoor, die stoere stratenmaker met week hart. Het is alleen dat de wijze waarop hij mij beziet, me zo vreselijk verbaast. Als ik zijn leven met het mijne vergelijk, voel ik me zo ongelooflijk gezegend. Geen 6daagse werkweek met fysiek totaal afmattend werk. Geen drank of peuken om het mee vol te houden. En bovenal geen klagende vrouw. Fysiek onbeperkt zijn wordt vreselijk overschat. Ik zou nooit met Frans willen ruilen. Voor geen duizend stratenmakerslijven. Op het einde van de tweede dag als de straatjes er mooi inliggen en we gezamenlijk nog even blij staan te zijn met het zwaar bevochten resultaat, vertrouwt hij me toe wat hem het meest heeft beroerd dezer dagen. Mijn man en mijn moeder. Ja, voor die twee heeft hij echt respect. Diep respect. Hij knikt er nadrukkelijk bij. "Het zal toch niet meevallen voor ze, nee, nee". Zijn maat kijkt me ondertussen ietwat onbehaaglijk aan. Duidelijk verlegen met de situatie. "Maar Frans", zeg ik hem. "Ik ben heel leuk hoor!" Hij lijkt mijn opmerking niet te horen of niet te snappen. Zijn maat grinnikt wat voor zich uit, klaar om af te reizen richting Utrecht. Liefst zo snel mogelijk. Marie-Jose CalkhovenBlog: http://bessensausmetrozen.blogspot.com/
Geplaatst: 02-11-2012 11:41
Door:
redactie

Is RTL een afkorting van: 'Rolstoel Toegankelijkheids Lariekoek?' Tanja zit in een rolstoel en wil graag een keer 'The Voice of Holland' bijwonen. Drie keer vraagt ze of ze er bij mag zijn in het publiek, drie keer wordt ze bot geweigerd. 'Niet geschikt voor u, vaststaand feit' zegt RTL.Tanja schakelt het Meldpunt Discriminatie in. Die geven haar gelijk, maar kunnen niets voor haar doen. In tegenstelling tot veel andere landen, zijn er in Nederland nauwelijks wettelijke regels rond toegankelijkheid. Over een paar dagen zal dit weer oud nieuws zijn. Treurig, want achter dit 'kleine leed' schuilt een wereld van onmacht en onwil. Onmacht bij de rolstoelers, onwil bij bedrijven en overheden die geen rekening willen houden met toegankelijkheid.Het raakt mij ook persoonlijk. Niet alleen omdat ik als rolstoeler het probleem herken, maar ook omdat ik (samen met mijn collega's in het gehandicaptenwerk) jarenlang gevochten heb voor verbetering. Niet gelukt. Toegankelijkheid is geen 'sexy' item op de politieke agenda. Er is onwil en desinteresse. In die zin wens ik de landelijke en lokale coalities toe dat ze zèlf eens een tijdje rolstoeler zijn. Wedden dat het dan opeens een stuk vlugger gaat? Verdrag Verenigde NatiesLang geleden hebben de VN de rechten van gehandicapten in een internationaal verdrag vastgelegd. Nederland heeft het in 2007 (!) mede-ondertekend, maar vertikt het nog steeds om er concreet beleid op te maken. Er staat ook geen sanctie op het niet nakomen van deze afspraken. De zoveelste papieren tijger.Nederland verschuilt zich al jarenlang achter zoethoudertjes, vage toezeggingen (vooral in verkiezingstijd) en listige bestuurlijke sabotage van initiatieven. Agenda 22Via dit landelijke project kunnen gemeenten het VN verdrag omzetten in concrete lokale verordeningen. Ik ben coördinator van zo'n project geweest. De belangrijkste dingen worden er in geregeld. Het vraagt vooral een andere instelling ten opzichte van gehandicapten. Goede wil, in plaats van het 'gezeur' te vinden. Toegankelijkheid vooraf regelen, in plaats van achteraf zeggen; 'sorry, niks aan te doen.' De deskundigheid van gehandicaptenorganisaties gebruiken, in plaats van ze de nek om te draaien.'Ja maar... bezuinigingen?' Da's een rookgordijn, dat ook al opgetrokken werd in de tijd dat er nog geen crisis was. Het is onwil en desinteresse. Onderzoeken bewijzen dat toegankelijkheid en 'mee kunnen doen' op termijn juist geld opleveren. Om nog maar te zwijgen over dat wat niet in geld uit te drukken is: Kwali-Tijd van leven. Overgenomen met toestemming van http://www.keesdejager.com