Spring naar de inhoud
Geplaatst: 27-11-2008 14:24 Door: admin

Anneke van SantenAnneke van Santen (62) is één meter en dertig centimeter klein. Uit een gezin van acht kinderen en twee lange ouders is zij de enige met de botgroeistoornis Achondroplasie. Tien jaar werkte ze als bezigheidstherapeute. Toen ze afgekeurd werd, ging ze vrijwilligerswerk doen bij de Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming (NVSH) en de Belangenvereniging Van Kleine Mensen (BVKM). Ze schildert, tekent, schrijft, luistert naar klassieke muziek, bezoekt tentoonstellingen, zorgt voor twee poezendames en gaat graag uiteten met haar vriendin. Ze mag graag lachen. Ze spaart boedha's, leest stripverhalen, maar ook 'goeie' boeken. Ze schrijft recensies over boeken en film waar kleine mensen een rol in spelen. Over haar klein zijn schreef Anneke het autobiografische boek 'De wereld op kruishoogte'. En nu schrijft ze ook voor Leefwijzer.


        foto - Miep Jukkema
             tijdschrift LINDA 


Ingestraald


Maandag 21 mei ben ik het ziekenhuis in gegaan voor een operatie aan mijn rug. Ik kom te liggen op de kamer met mevrouw G. uit Marokko. Zij werd, net als ik, door haar zus gebracht. Mevrouw G. heeft MS en zij is vijf dagen in het ziekenhuis voor een zware prednisonkuur. Vijf dagen lang heb ik aan haar een rustige, zeer plezierige, lieve kamergenote.


Op de eerste middag zit ik met haar zus aan de tafel die bij het raam staat. Ik zit met mijn rug naar de deur te wachten op wat nog staat te gebeuren: intake, prikken en alles wat bij en voor een operatie komt kijken. Ik hoor wat geruis  achter me en als ik mij omdraai, zie ik een grote man met baard in de deuropening staan. Hij draagt een lange lichtbruine stoffen jas tot de grond. Hij komt voor mijn buurvrouw en gaat naast haar bed zitten.
Er ontspant zich een heftig gesprek in het Arabisch. Ik vraag aan haar zuster die bij mij aan tafel zit of deze man geen Nederlands spreekt. Ze weet het niet.
"Is hij een imam?" vraag ik.
"Ja", is het antwoord.
Na een kwartiertje gaat hij aan het hoofdeind naast mevr. G. zitten en legt een hand op haar hoofd. In de andere heeft hij een volle beker water. De beker houdt hij als een microfoon dicht bij zijn mond en begint een litanie van woorden over haar heen te strooien. Hij is aan het bidden met haar en tegelijkertijd straalt hij het water in.
Ik ben onder de indruk. Er klinkt veel oprechtheid in de woorden die ik niet versta. Later vertelt haar zus dat deze man twee jaar geleden ook aan haar bed heeft gezeten en dezelfde handelingen heeft gedaan en dat die toen zeer hebben geholpen. Ik vind het bijzonder dat ik erbij mag zijn. Daarvoor moest ik eerst het ziekenhuis in, anders had ik dit nooit meegemaakt. Ik kom niet in een moskee.


In feite hebben de verschillende religies veel overeenkomsten. Neem nou het gebruik van ingestraald water. Jomanda doet het, en toen ik vroeger de katholieke kerk binnen ging, moest je bij de ingang eerst je hand in het wijwatervat dopen en met het water aan je hand een kruisteken maken. Wij hadden thuis ook wijwaterbakjes hangen met water, water dat door de pastoor was ingestraald. Gezegend heette dat. Ik heb ooit een keer, toen ik 's nachts wakker werd en dorst had, zo'n wijwaterbakje leeggedronken. Kwaad heeft het vast niet gedaan.
 


Anneke
juni 2007