Anneke van Santen (62) is één meter en dertig centimeter klein. Uit een gezin van acht kinderen en twee lange ouders is zij de enige met de botgroeistoornis Achondroplasie. Tien jaar werkte ze als bezigheidstherapeute. Toen ze afgekeurd werd, ging ze vrijwilligerswerk doen bij de Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming (NVSH) en de Belangenvereniging Van Kleine Mensen (BVKM). Ze schildert, tekent, schrijft, luistert naar klassieke muziek, bezoekt tentoonstellingen, zorgt voor twee poezendames en gaat graag uiteten met haar vriendin. Ze mag graag lachen. Ze spaart boedha's, leest stripverhalen, maar ook 'goeie' boeken. Ze schrijft recensies over boeken en film waar kleine mensen een rol in spelen. Over haar klein zijn schreef Anneke het autobiografische boek 'De wereld op kruishoogte'. En nu schrijft ze ook voor Leefwijzer.
foto - Miep Jukkema tijdschrift LINDA
Bloeddrukmeter (deel 2)
deel 1 nog niet gelezen? Klik hier
Mijn internist schrijft de naam van mijn groeistoornis op en neemt me daarna mee naar de bloeddrukmeter die aan de muur hangt. Ik doe de linkerkant van mijn kleren uit, want alleen dan kan ik mijn bovenarm ontbloten. Met opgestroopte mouw past de band al helemaal niet om mijn bovenarm.
Ze pakt de band, kijkt naar mijn arm en zegt: Deze band kan er helemaal niet omheen!
Er wordt die dag geen bloeddruk gemeten.
Ik vertel haar dat de doktersassistente van mijn huisarts een bloeddrukmeter heeft die zichzelf oppompt en wel zo erg strak dat mijn arm er helemaal rood, paars en vreselijk opgezet van wordt, maar waarbij je geen stethoscoop nodig hebt.
Ze gaat er niet op in. Wel zegt ze: Het is heel belangrijk dat we goed weten wat uw bloeddruk is. Ik ga met de 'bloeddrukmijnheer' (iemand die kennelijk over die apparaten gaat) overleggen. U gaat nu bloed laten prikken. Ik ga u bellen en dan maken we een nieuwe afspraak, dan praten we verder.
Louise, mijn vriendin die altijd met mij meegaat, zegt nog vlug: Dat moet wel snel moet gebeuren, want ze moet geopereerd!
Bij de volgende afspraak heeft de internist geen ander bloeddrukapparaat dan degene die er al hangt.
Dus wordt er wéér geen bloeddruk gemeten. Wel krijg ik medicijnen.
Kort daarna kom ik bij de fysiotherapeut. Hij haalt een bloeddrukmeter uit de kast die zomaar om mijn bovenarm past! In één wip is alles klaar! En ik heb ook nog eens een prima bloeddruk!
Impulsief als ik ben, schrijf ik mijn internist een brief met naam van de bloeddrukmeter die wel om mijn arm past, die van mijn fysiotherapeut. Bij het volgende bezoek aan haar zie ik mijn brief in mijn opengeslagen dossier liggen. Ze heeft hem niet gelezen, zo blijkt.
Ik kan kwalijk al de brieven van mijn patiënten lezen, zegt ze.
Dat schiet dus niet op. Ze heeft niets voor me georganiseerd.
Zelf ben ik wel doortastend. Ik heb het bloeddrukapparaat van mijn fysiotherapeut meegenomen. Hij was zo vriendelijk het mij speciaal voor dit bezoek te lenen. Eindelijk kan mijn internist mijn bloeddruk meten, die overigens wel wat hoger ligt dan bij de fysiotherapie, maar dat is gezien al het gedoe en de stress niet zo verwonderlijk!
Anneke
maart 2008