Spring naar de inhoud
Geplaatst: 27-11-2008 14:23 Door: admin

Anneke van SantenAnneke van Santen (62) is één meter en dertig centimeter klein. Uit een gezin van acht kinderen en twee lange ouders is zij de enige met de botgroeistoornis Achondroplasie. Tien jaar werkte ze als bezigheidstherapeute. Toen ze afgekeurd werd, ging ze vrijwilligerswerk doen bij de Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming (NVSH) en de Belangenvereniging Van Kleine Mensen (BVKM). Ze schildert, tekent, schrijft, luistert naar klassieke muziek, bezoekt tentoonstellingen, zorgt voor twee poezendames en gaat graag uiteten met haar vriendin. Ze mag graag lachen. Ze spaart boedha's, leest stripverhalen, maar ook 'goeie' boeken. Ze schrijft recensies over boeken en film waar kleine mensen een rol in spelen. Over haar klein zijn schreef Anneke het autobiografische boek 'De wereld op kruishoogte'. En nu schrijft ze ook voor Leefwijzer.

foto - Miep Jukkema
tijdschrift LINDA 


‘Doorzetten An' of wandelen
 
Hebben jullie ook naar de Olympische Spelen gekeken? Naar al die mensen die zich voor mijn gevoel op sportgebied erg uitsloven?
Vroeger op de laatste sportschooldag van het jaar moest ik aan de kant zitten. De juffrouw, die dacht dat ik dat erg vond, gaf mij een 'troostprijsje' waar ik blijer mee was dan dat ik mee had moeten doen. Ik ben niet zo’n sporter. O ja, ik heb wel geschaatst, hoor, en op de rolschaatsen gestaan. Ik kon dat goed, maar in mijn eigen tempo, nooit in wedstrijdverband.
Wandelen dat heb ik ook gedaan, moéten doen, eindeloos, en soms eigenlijk wel ver.
Wandelen was voor mij: 'doorzetten An'. Als we aan het wandelen waren, bijvoorbeeld in Duitsland in de bossen, en ik er eigenlijk allang de brui aan had willen geven. Nog even tot die hoek en dan zijn we er........ 'bijna ', werd er toch nog gauw even bijgezegd. Want dat bijna was het dorp wat daar beneden in het dal lag.
Wandelen dus. Ik voorop, de rest van mijn (lange) broers en zussen erachter, inclusief pa en ma. Maar ik legde met mijn korte benen wel dezelfde afstand af als zij met hun lange. En wat zag ik nou om me heen? Ja, alleen als we stil stonden. Ik moest me natuurlijk ook concentreren op de grond om niet ergens over te vallen.
Dus wandelen: ik heb er nu de pest aan. Lopen zonder doel kan ik niet. Ik ga met de auto naar A, loop daar rond en ga bij B, C of D mijn boodschappen doen en ga dan weer naar huis. Doelgericht dus.
Aan wandelen komt geen eind. Na tien minuten wandelen ben ik - voor mijn gevoel - geen centimeter opgeschoten.
Op de Olympische Spelen had je 'snelwandelen'. Dat vind ik geen gezicht. Naar mijn idee gebruiken ze dat lijf zo raar. Nee, ik denk niet, als ik me zou toeleggen op snelwandelen, dat ik ook maar een meter sneller zou zijn. Dus ga maar met me mee naar een leuk terrasje, kijken we naar wandelende mensen.
 
Anneke


P.S. Nu zijn er de Paralympische Spelen. En eigenlijk vind ik dat daar weer veel te weinig aandacht aan wordt besteed. Naar mijn idee valt dit ook niet onder de categorie ‘uitsloven’, maar meer grensverleggend. Ik heb grote bewondering voor deze mensen.
Ik kijk ook naar het programma op de Belgische televisie Net één. Dat is op maandagavond om 20.40 en het heet ‘Voorbij de grens’. Moet je gezien hebben!!