Ik ben met mijn rollator in het winkelcentrum op weg naar de lingeriewinkel. Ik ben bijna door mijn onderbroeken heen, dus zal ik wat nieuws moeten aanschaffen. Deze winkel is hier in het winkelcentrum nieuw en ik weet niets over openingstijden. Precies, de winkel is dus dicht. Al dat gedoe voor een dichte winkel!
Ik haal mijn bankje van de rollator en ga zitten. Zo, even uitpuffen. Een oudere dame die ik niet ken, maar ook met een rollator komt langs en vraagt:
"Hoe gaat het met u?"
"Gaat wel", geef ik als antwoord.
"Nou dat zal best meevallen, u ziet er goed uit!"
Ik zeg niets. Op dat moment weet ik niet of ik met dit antwoord van haar blij moet zijn. Ze ziet niet dat ik pijn heb en dat ik daarom ben gaan zitten. Leve het krukje dat ik altijd aan de rollator hang. Ik zie er goed uit (daar werk ik ook hard aan), maar mijn hart huilt want ik heb constant pijn. Heeft haar opmerking met mijn klein zijn te maken? Omdat ik een klein mens ben beslist 'de grote' over mij?
Hoewel ik het natuurlijk allang gewend ben, dat bedisselen noem ik het maar, heb ik er vooral de laatste jaren veel last van. Ik ben kwetsbaarder geworden en het valt mij op dat het eigenlijk dagelijks gebeurt dat iemand over mij 'bedisselt'. Zelfs familie valt met de deur in huis: "Dat moet je daar niet neerleggen, hoor An. Dat is geen goed plek voor de cd's".
Die liggen daar al jaren, denk ik dan, nooit wat mee gebeurt. Het gaat erom: zeggen ze dat ook tegen mensen die een beetje langer zijn dan ik?
Eigenlijk doen mensen dat al mijn hele leven lang, alsof ik een klein kind ben, mij corrigeren. Ben ik gevoeliger geworden? Valt het mij opeens veel meer op, hoe mensen soms tegen mij praten?
"Dimmen An," zeg ik tegen mezelf. "Dat is geen leven als je overal op gaat letten. De mensen bedoelen het goed!"
Ja, zo kan die wel weer. Ben ik dan altijd degene die het respect, het begrip op moet brengen. Hoe zit dat?
Ik heb ooit eens een schilderij gemaakt met als titel: "Altijd, altijd moet je aardig zijn". Iemand had ooit eens gezegd: "Jij moet de opening maken, An. Mensen schrikken van je, dus jij moet ze tegemoet komen. Erger kan niet........
Ik weet het, ik zal mij beter (in dit geval 'moeten') wapenen tegen al die 'goedbedoelde' opmerkingen. Maar ik vind mijzelf behoorlijk aardig hoor, hoewel ik best uit de slof kan schieten. Voorlopig hou ik dat zo, het heeft zijn redenen, zoals u heeft begrepen.
Anneke van Santen
Anneke van Santen is één meter en dertig centimeter klein. Uit een gezin van acht kinderen en twee lange ouders is zij de enige met de botgroeistoornis Achondroplasie. Tien jaar werkte ze als bezigheidstherapeute. Toen ze afgekeurd werd, ging ze vrijwilligerswerk doen bij de Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming (NVSH) en de Belangenvereniging Van Kleine Mensen (BVKM). Ze schildert, tekent, schrijft, luistert naar klassieke muziek, bezoekt tentoonstellingen, zorgt voor twee poezendames en gaat graag uiteten met haar vriendin. Ze mag graag lachen. Ze spaart boedha's, leest stripverhalen, maar ook 'goeie' boeken. Ze schrijft recensies over boeken en film waar kleine mensen een rol in spelen. Over haar klein zijn schreef Anneke het autobiografische boek 'De wereld op kruishoogte'. En nu schrijft ze ook voor Leefwijzer.foto - Miep Jukkema
tijdschrift LINDA