Hugo en Anna functioneren anders als andere kinderen. In het boekje
Hugo en Anna gaan naar de Dolfijnen
kun je lezen dat Hugo niet goed kan praten, hij praat met zijn handen. Als iets niet lukt wordt Hugo snel boos.
Anna zit in een rolstoel en haar handen en benen doen niet altijd wat zij wil. Anna is dol op zwemmen. Na het zwemmen wil ze heel graag haar haren borstelen, maar haar handen werken niet mee. Anna zou ook graag een stukje willen lopen, maar helaas lukt dit ook niet.
Op een dag gaan Anna en Hugo naar de dolfijnen. Wat vinden ze dit leuk. Ze mogen de dolfijn aaien en ze vinden hem heel lief. De dolfijn kan leuke kunstjes met de bal en hij kan door een hoepel springen.
Elke dag zwemmen Anna En Hugo met hun nieuwe vriendje de dolfijn.
De kinderen zijn er van opgeknapt. Hugo is niet zo snel meer boos, dat komt door het oefenen met de dolfijn.
Anna heeft haar handen beter leren gebruiken doordat ze de dolfijn soms het water heeft ingeduwd. Anna heeft ook geoefend met lopen en dat gaat steeds beter. De dolfijn vindt het fijn om met Anna te spelen.
Dolfijntherapie wordt ook toegepast voor kinderen met het Syndroom van Down, of autisme. Voor meer informatie kun je kijken op de site van
Stichting Tess
Kijk een naar Tess van Brake.
Ook in Nederland wordt er met dolfijnen en kinderen met het Syndroom van Down gewerkt. Kijk maar bij De Stichting Sam
Dolfijnen zijn speels en intelligent en ze zijn dol op mensen. Daarom is het voor mensen fascinerend met dolfijnen te trainen en samen te werken.
Als kinderen direct contact met de dolfijnen hebben en oefeningen met deze dieren doen,
verbeteren ze spelenderwijs hun communicatieve vaardigheden. Hierdoor kan ook het concentratievermogen kan toenemen. Deze ondersteuning van de communicatieve vaardigheden en concentratie leidt tot een verbeterd zelfvertrouwen. Dit alles is een belangrijke steun bij het dagelijks functioneren.