In het boek De Paardenjongen, merken Rupert Isaacson en Kristin Neff dat de ontwikkeling van hun zoontje Rowan achteruit gaat. Rowan is pas een jaar.Rowan maakt op een bijzondere manier contact met de merrie Betsy. Rowan kruipt tijdens een wandeling door een afrastering. Hij laat zich lachend op de grond vallen vlak voor de merrie Betsy.
Als paardentrainer weet Rupert dat dit heel gevaarlijk is. Als de merrie schrikt kan zij het jongetje doodtrappen. Maar al vanaf het eerste moment ontstaat er een band tussen Betsy en Rowan. De merrie buigt haar hoofd in een nederige houding.
Rowan wil op het paard zitten en zo begint een wonderlijk avontuur tussen een autistisch kind en een paard. De band tussen Betsy en Rowan is uniek.
Op de merrie is Rowan onwaarschijnlijk kalm en communicatief.
Natuurlijk gebeurt er veel meer in dit prachtige boek, maar ik vind het bijzonder, dat een paard een kind met autisme helpt in de ontwikkeling.
Paarden en kinderen met autisme in Nederland
Ook in Nederland wordt er gewerkt met paarden en kinderen met autisme. Paarden weten niet wat autisme is. Ze accepteren iemand zoals hij is. Het paard stelt geen eisen aan het kind.
Het paard is voor het kind niet bedreigend. Het kind geeft het paard liefde en aandacht en krijgt dit van het paard terug.
Mensen met autisme kunnen op deze manier samen met het paard lekker ontspanen. Ze kunnen ontspannen, contact maken en actief samen werken.
Mens en dier voelen elkaar aan, ik vind het geweldig.