In Nederland zijn er ongeveer 7000 jongeren die niet thuis kunnen of mogen wonen. Ze hebben last van gedragsproblemen en hun ontwikkeling is verstoord. Dit komt doordat sommige jongeren gewelddadig kunnen zijn of crimineel gedrag vertonen. Of ze zijn verslaafd, of zitten in de prostitutie. Dit zorgt voor problemen binnen het gezin, op school en in de buurt.Om de ontwikkeling van de jongeren met de meest ernstige problemen te verbeteren en de maatschappij te beschermen worden ze behandeld in gesloten instellingen (Justitiële Jeugdinrichtingen en Jeugdzorgplus).
Deze jongeren worden in verschillende instellingen worden behandeld op leefgroepen. Deze vorm van samenzijn en leven heeft een grote impact op jongeren in gesloten instellingen, omdat ze de leefgroep niet kunnen verlaten.
Het leven op de groep en de ontwikkeling van de jongeren wordt in grote mate bepaald door de kwaliteit van het leefklimaat. Pedagogisch medewerkers geven samen met gedragsdeskundigen aan dit leefklimaat vorm.
In Wat werkt in de gesloten jeugdzorg staan ervaringsverhalen van jongeren hoe zij deze vorm van leven hebben ervaren. En we lezen over hun verblijf in een gesloten instelling.
Maar er wordt ook gekeken of er verbeteringen kunnen worden aangebracht.
Het boek is geschreven voor studenten in het kader van de hbo-opleiding 'Werken in gedwongen kader', gedragsdeskundigen en pedagogen in opleiding. Daarnaast is het boek vooral geschreven voor de praktijk: een positief leefklimaat blijkt te werken in de gesloten jeugdzorg.
Drs. G.H.P (Peer) van der Helm studeerde geneeskunde en Arbeids- en Organisatiepsychologie en Ontwikkelingspsychologie. Hij werkte bij een gemeente als kwaliteitsadviseur en bij het onderzoeksbureau van de VNG als senior onderzoeker en organisatieadviseur. In dat kader deed hij onderzoek naar organisatiecultuur en organisatieverandering en publiceerde daarover in diverse vakbladen. Bij de hogeschool Leiden was hij kwaliteitscoordinator en is momenteel hoofd onderzoek van het cluster Social Work en Toegepaste Psychologie. Daarnaast verricht hij bij de UvA promotieonderzoek naar de effecten van gesloten opvang van jongeren.
