Spring naar de inhoud
Geplaatst: 03-02-2012 08:59 Door: Rita
oor NVVS roept Kamerleden op tot actie 'Teveel slechthorenden krijgen een te duur toestel aangemeten'. Deze boodschap, gecommuniceerd door TROS Radar in een uitzending van december vorig jaar, heeft geleid tot kritische Kamervragen van Kamerlid Gerbrands (PVV) aan minister Schippers van Volksgezondheid. De NVVS wil, net als Gerbrands, dat de minister meer opkomt voor slechthorenden en roept in een brief de Kamerleden op tot actie. Hoortoestellen zijn big business. Helaas voor hoortoestelgebruikers is de markt, zo meent ook Zorgverzekeraars Nederland, ondoorzichtige en moeilijk. Jammer, want zoals je erop moet kunnen vertrouwen dat een arts jou de beste behandeling geeft, moet je ook bij een audicien ervan op aan kunnen dat je een passend advies krijgt. Nu er signalen zijn dat dit veelal niet gebeurt, rijst de vraag waarom minister Schippers de in de hoorbranche geconstateerde problemen niet onderkent en de misstanden niet aanpakt. In een brief die oproept tot actie, deelt de NVVS de zorgen van Gerbrands en roept de Kamerleden op tot actie. Deze brief is ook gestuurd uit naam van collega-organisatie FOSS (Federatie van Ouders van Slechthorende kinderen).  Is het ministers Schippers' zorg?In haar antwoord op de Kamervragen, stelde de minister eind januari dat hoortoestelgebruikers afhankelijk zijn van de 'vrije marktwerking'. Volgens haar leidt de concurrentie tussen audicienbedrijven en zorgverzekeraars automatisch tot meer transparantie. Bij een gezonde concurrentie tussen audiciens en zorgverzekeraars, hebben hoortoestelgebruikers vanzelf meer zicht op het verschil in kwaliteit en kosten van aanbieders, zo redeneert ze. De overheid kan en mag zich daar niet mee bemoeien, is Schippers' mening. De NVVS verbaast zich ten zeerste over de uitspraken van de minister. Hoortoestellen worden vergoed uit de basisverzekering en vallen in dat opzicht dus onder de zorgverzekeringswet. Dat betekent dat audiciens officieel zorgaanbieders zijn. Zij moeten de zorg voor hoortoestelgebruikers dus voorop stellen en hebben zich te houden aan de regels van onder andere de Wet Marktordening Gezondheidszorg en de daaruit voortvloeiende Richtsnoer Informatieverstrekking. Ze moeten de consument tijdig en zorgvuldig informeren over tarieven en bovendien mag de informatie (waaronder reclame-uitingen) nooit misleidend zijn. De uitvoering van deze wet staat onder staatstoezicht. Het is dus de taak van de overheid om de kwaliteit van de geboden hoorzorg nauwlettend in de gaten houden.  Mogelijkheden voor meer transparantie in hoorbrancheDe minister kan zich dus wel degelijk met de kwaliteit van de hoorzorg bemoeien – en zou dat ook moeten doen. Ze heeft diverse wettelijke mogelijkheden in handen om ervoor te zorgen dat de hoortoestellenbranche transparanter wordt. Eén van de mogelijkheden die de minister heeft, is het inschakelen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Deze organisatie kan controleren of audiciens zich houden aan de regelgeving rondom informatieverstrekking en eventueel sancties opleggen. Een snelle invoering van een nieuw vergoedingensysteem is een andere manier waarop Schippers slechthorenden kan helpen. Dit systeem, gebaseerd op het idee van functiegerichte verstrekking, geeft hoortoestelgebruikers meer garanties voor kwaliteit, stimuleert maatwerk en zorgt voor een lagere eigen financiële bijdrage voor de meeste hoortoestelgebruikers. Momenteel werkt de NVVS samen met hoorspecialisten aan een protocol over hoe functiegerichte verstrekking in de praktijk moet worden uitgevoerd. Hoewel de minister het nut van dit protocol onderstreept, talmt zij bij het invoeren van het functiegerichte systeem. Zij stelt de beslissing om dit systeem in te voeren uit tot voorjaar 2012 en praat over gefaseerde invoering, zonder uit te willen leggen wat zij hiermee bedoelt.
Geplaatst: 03-02-2012 08:58 Door: Rita
Nieuws 28 zorginstellingen doen mee met het experiment 'Regelarme Instellingen' van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (VWS). Het doel van dit experiment is om te onderzoeken welke regels en administratieve lasten nuttig zijn en welke overbodig en dus kunnen verdwijnen. Minder regeldruk moet leiden tot meer tijd en aandacht voor de cliënt en een grotere tevredenheid bij cliënten en zorgverleners. Het experiment duurt minimaal een jaar, maar misschien zelfs twee jaar. Platform VG staat  positief tegenover het experiment maar vindt het jammer dat cliënten er niet bij betrokken zijn. Het is een gemiste kans, eigenlijk.  De inbreng van cliënten kan van grote waarde zijn, aldus Platform VG. Ook zij ervaren sommige regels als overbodig. Maar bovendien moeten we er voor wakeb dat de positie van de cliënt niet verzwakt. Sommige regels kunnen door mensen uit de zorgpraktijk  als 'onnodig' worden ervaren maar door cliënten juist als zeer waardevol.  Een voorbeeld is het zorg- of ondersteuningsplan. Jarenlang hebben cliënten er voor gepleit dat in de langdurige zorg cliënten wettelijk recht op een zorgplan hebben. Dat recht hebben ze nu en willen dat niet meer kwijtraken. Maar sommige zorgsinstellingen zien het zorgplan nog steeds als extra administratieve last en willen er best vanaf.  Na de oproep van de staatssecretaris in juni 2011 om hinderlijke regels te melden, ontving zij zevenhonderd (!) meldingen. Veel meer dan het ministerie had verwacht. Ook konden zorginstellingen zich opgeven voor een experiment om met minder regels zorg te verlenen. Het idee was om het experiment bij vijf instellingen uit te voeren. Maar ook hier overtrof het aantal aanmeldingen de verwachting ruim: 28 instellingen meldden zich aan. De staatsecretaris heeftdaarop besloten om alle 28 mee te laten doen. Binnen het experiment werken 26 instellingen met minder regels en twee mogen zelfs regelvrij werken. 
Geplaatst: 03-02-2012 08:56 Door: Rita
Gebit Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten wil extra aandacht voor mondzorg in verpleeg- en verzorgingshuizen. Van Zanten is van mening dat mondzorg een onderdeel moet zijn van de dagelijkse verzorging. 'Goed poetsen draagt bij aan het voorkomen van gezondheidsproblemen', schrijft de bewindsvrouw in antwoorden op Kamervragen. De beroepsvereniging voor specialisten ouderenzorg heeft een richtlijn voor mondzorg gemaakt. Die is specifiek bedoeld voor goede mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten.De IGZ gaat in een korte serie extra bezoeken kijken of de instellingen zich aan de richtlijn houden.
Geplaatst: 02-02-2012 09:03 Door: Rita
Nieuws Woensdag 1 februari heeft staatssecretaris De Krom het wetsvoorstel Wwnv gepresenteerd. Deze wet bundelt een aantal sociale regelingen, waaronder de uitkeringsregeling voor jonggehandicapten (Wajong), de sociale werkvoorziening (WSW) en de bijstand. Een omslag in het denkenVolgens De Krom staan op dit moment teveel mensen die kunnen werken, onnodig aan de kant. De CG-Raad sluit bij deze gedachte aan. Werkgevers zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen om meer mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. En mensen met een arbeidsbeperking moeten hierin zelf ook eigen regie nemen.  En nuNu de wet er ligt, kan de discussie pas goed op gang komen. De CG-Raad zal zich samen met Platform VG, Platform GGZ en andere belangenorganisaties, vakbonden en maatschappelijke organisaties hard maken voor een zo goed mogelijke wet voor mensen met een arbeidsbeperking.  Meer over Wet werken naar vermogen in Wij werken aan - Werk   De Krom wil 5.000 nieuwe banen creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. De CG-Raad vindt dit aantal te laag. De arbeidsmarkt is al krap en voor mensen met een arbeidsbeperking is deze markt nog krapper. Om zoveel mogelijk mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen, zouden minimaal 50.000 nieuwe banen nodig zijn. De CG-Raad vindt dat het nu tijd is om deze ambitie te realiseren: geen woorden maar daden. Inmiddels heeft de CG-Raad een eerste korte reactie gegeven op het wetsvoorstel op NCRV Radio 1.Beluister het radiofragment (instellen op 15:00) 
Geplaatst: 02-02-2012 09:01 Door: Rita
ijs Het is koud! Dat vraagt erom dat we extra op elkaar letten. En om warme maatregelen. Hierbij enkele tips van GGD'en om warm te blijven. Tips bij kou Let op elkaar - Let extra op ouderen en chronisch zieken. Zij kunnen misschien hulp gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan boodschappen doen, de hond uitlaten of een praatje maken.  Kleding en sieraden - Draag geschikte winterkleding. Meerdere laagjes houden u beter warm dan strakke kleding.- Draag een pyjamabroek, maillot of lange onderbroek onder de broek.- Draag een hoofddeksel en wanten of handschoenen.- Zorg dat kleine kinderen buiten handschoenen, warme sokken, en een muts dragen.- Draag buitenshuis geen sieraden. Piercings, oorbellen e.d. kunnen vastvriezen aan de huid. Naar buiten? - Houd kleine kinderen zoveel mogelijk binnen.- Blijf buitenshuis in beweging. Zo beschermt u zich tegen de kou.- Voor ouderen of chronisch zieken geldt: vermijd zware inspanning, dit kan belastend zijn voor uw hart.- Houd rekening met valrisico's in verband met gladheid.- Bereid u voor voordat u de weg op gaat (weerbericht, kleding, telefoon, eten, drinken en in de auto een deken, zaklamp).- Houd de KNMI-weerberichten in de gaten. In huis - Verwarm de woning gelijkmatig, ook de slaapkamer(s). Laat ook 's nachts de verwarming aan.- Zet ondanks het koude weer toch een raampje of rooster open. Dit is zeker belangrijk wanneer er geisers, gaskachels en gasfornuizen e.d. zijn.- Lucht in ieder geval regelmatig. Zet ramen en deuren ongeveer 10 minuten tegen elkaar open. - Eten, drinken en medicijnen- Zorg voor voldoende etenswaren en medicatie in huis.- Neem voldoende warm eten en drinken om uw lichaamstemperatuur op peil te houden of te krijgen.- Gebruik geen drugs of alcohol. Hierdoor vermindert de waarneming van kou, waardoor men sneller onderkoeld raakt. Warmteverlies wordt verergerd door alcoholgebruik. Alcohol verwijdt de bloedvaten waardoor er meer warm bloed naar de koude huid stroomt en daar afkoelt.- Wees alert bij gebruik van medicatie. Kou kan namelijk van invloed zijn op de werking van medicijnen. Omgekeerd kunnen medicijnen de gevoeligheid voor kou beïnvloeden.
Geplaatst: 02-02-2012 08:57 Door: Rita
aangepast werken Gemeenten delen de uitgangspunten van de Wet werken naar vermogen (WNV) maar zijn bezorgd over de uitvoerbaarheid. Het beschikbare budget dreigt op te gaan aan de lonen van de Sociale Werkvoorziening waardoor nauwelijks geld overblijft voor de re-integratie van andere doelgroepen. Daarnaast is een ruime mate van beleidsvrijheid noodzakelijk om gemeenten in staat te stellen maatwerk te leveren. Dit ontbreekt in het wetsvoorstel. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) reageert hiermee op het wetsvoorstel Werken naar Vermogen dat staatssecretaris De Krom naar de Tweede Kamer heeft gestuurd."Je moet iemand niet afschrijven voor de arbeidsmarkt omdat hij niet in staat is om zelf een baan te vinden," aldus Jan Hamming, de voorzitter van de commissie Werk en Inkomen van de VNG en wethouder in Tilburg. "Door de vergrijzing en de economische recessie hebben we iedereen nog harder nodig. Er moet een cultuur ontstaan waarin overheid, onderwijs en ondernemers als vanzelfsprekend investeren in de talenten van mensen. Alleen dan heeft de wet Werken naar Vermogen kans van slagen."  Met de afbouw van het aantal plekken in de SW zullen werkzoekenden, veel meer dan in het verleden, een plek moeten vinden bij een reguliere werkgever. Dat is een uitdaging die gemeenten graag willen aangaan.  De VNG maakt zich wel zorgen over de bureaucratische uitwerking van Werken naar Vermogen. Werkgevers vragen van gemeenten snelheid en flexibiliteit. De VNG pleit daarom voor het afschaffen van de toegangstoets voor loondispensatie. Dat is een overbodige en daarmee tijdrovende stap, omdat op een later moment nog een keer de loonwaarde van een werkzoekende objectief wordt vastgesteld. Ook moet het systeem voldoende ruimte laten voor onderhandeling met de werkgever over de vergoeding voor de loonkosten en de begeleiding. Een ander voorbeeld van de beperking van de beleids- en handelingsvrijheid van gemeenten is de verplichting om 1/3 van het aantal uitgestroomde SW'ers opnieuw in te vullen. Dat betekent dat regio's waar nu bovenmatig veel SW'ers werkzaam zijn, niet kunnen toewerken naar een ander evenwicht. Met andere woorden: eens te veel SW'ers, altijd teveel SW'ers.  De VNG vreest dat gemeenten de komende jaren een onevenredig groot deel van het ontschotte re-integratiebudget zullen moeten inzetten voor de SW-sector. Gemeenten houden daardoor geen financiële armslag om andere werkzoekenden richting de arbeidsmarkt te begeleiden. De oorzaak hiervan zit in de door kabinet - gegarandeerde - arbeidsvoorwaarden van de werknemers in de SW-sector. Die moeten worden betaald uit de re-integratiemiddelen. In sommige regio's gaat daarom het gehele re-integratiebudget op aan de SW-sector. Gemeenten kunnen dit probleem niet zelf oplossen.  De VNG stelt daarom de volgende maatregelen voor:1. Matig de afbouw van het ontschotte re-integratiebudget2. Houd rekening met verschillen tussen gemeenten als gevolg van het (relatieve) aantal mensen in de SW. WerktopVNG is positief over de door het kabinet aangekondigde top met werkgevers. Hamming: "We hebben met de staatssecretaris meerdere malen gesproken over het vergroten van het commitment van werkgevers bij Werken naar Vermogen. Met zo'n top kunnen we uitstralen dat we in Nederland gezamenlijk verantwoordelijkheid willen nemen voor de arbeidsmarkt."
Pagina: