Geplaatst: 22-05-2013 09:19
Door:
redactie

Een Nederlander verspilde in 2011 gemiddeld tussen de 89 en 210 kilogram voedsel. Dat is tot wel 60 kilo meer dan in 2009. De consument is de grootste verspiller in het voedselproces . In 2011 is er in Nederland tussen de 89 en 210 kilogram voedsel per hoofd van de bevolking verspild. Dat is tot wel 60 kilo meer dan in 2009. De consument is van alle schakels in het voedselproces de grootste verspiller. Het meeste voedsel dat over is, verdwijnt naar de verbrandingsinstallatie. Daarnaast wordt veel verspild voedsel gebruikt voor veevoer en gecomposteerd. Dat schrijft staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer die samen met de monitor Voedselverspilling van Wageningen UR is verstuurd. Minder verspillingTot 2015 moet in Nederland per hoofd van de bevolking per jaar tussen de 17 en 31 kilogram minder voedsel verspild worden. Pas dan wordt de overheidsdoelstelling van 20 procent vermindering van voedselverspilling ten opzichte van 2009 gehaald. Dat stellen onderzoekers van Food & Biobased Research van Wageningen UR in een tussenrapportage over het project Monitor Voedselverspilling. Zij ontwikkelden in opdracht van het ministerie van Economische Zaken het instrument dat voedselverspilling systematisch en gedetailleerd in kaart brengt. De monitor biedt de overheid een leidraad om gericht maatregelen te nemen. Geen afname sinds 2009 De monitor laat zien dat de verspilling in Nederland niet is afgenomen sinds 2009. Niet alleen de consument is een grote verspiller, maar ook bedrijven uit de aardappelverwerkende industrie, de bakkerijsector, plantvetten, sojaproducten, groente en fruit verspillen.De voedselverspilling in 2011 bedroeg 89-210 kilogram per hoofd van de bevolking. Minder afvoer, door betere inschattingDaarnaast is het zeer aannemelijk dat de stromen in verbranding van bedrijfsafval vooral afkomstig zijn van de facilitaire dienstverlening. Oorzaak hiervan kan zijn gebrek aan kennis. Door een betere inschatting vooraf te maken van wat er nodig is op een dag en van de mogelijkheden tot hergebruik, hoeft er minder te worden afgevoerd. Er zijn hier goede voorbeelden te vinden bij de catering in een aantal ziekenhuizen. Er komt een actieplan hoe de verspilling van voedsel teruggedrongen kan worden. Dit plan zal rond de zomer beschikbaar zijn. Geen directe cijfers verspilling bedrijfslevenDe grote marges in de hoeveelheid verspild voedsel worden veroorzaakt doordat er is teruggeredeneerd uit publiek beschikbare afvalcijfers. Deze manier is gebruikt, omdat er geen directe cijfers uit het bedrijfsleven beschikbaar zijn. Staatssecretaris Dijksma roept het bedrijfsleven op mee te werken en inzicht te verschaffen in hun voedselverspilling.
Geplaatst: 22-05-2013 09:10
Door:
redactie

De berichten over fraude in de zorg zaaien veel onrust. Bij Kamerleden en zeker ook onder budgethouders. Gisteren kwam er een brief van VWS, waarin het ministerie uitlegt waar zij haar pijlen op richt. Per Saldo strijdt er al jaren voor de individuele budgethouder uit het verdachtenbankje te houden. VWS is daar in haar brief helder over: “Gebleken is dat pgb-fraude veelal wordt gepleegd door bemiddelingsbureaus.”Het ministerie legt dit verder uit: “Dit zijn bureaus die aanbieden budgethouders te helpen bij het vinden van goede zorgverleners en de administratieve lasten van budgethouders over te nemen. Sommige van deze bureaus zetten cliënten aan om te frauderen, waarbij de cliënt soms in een schrijnende situatie terechtkomt. Het gaat hier om cliënten die door hun kwetsbaarheid nauwelijks bij machte zijn zich daartegen te verzetten. Naast het tegengaan van fraude zelf, is daarom evenzeer belangrijk de meer kwetsbare cliënten te beschermen tegen fraudeurs.”Alle zorg.Zoals u in de brief kunt lezen, gaat het om de totale zorgfraude, waarvan het pgb een onderdeel is. Ook declaraties van ziekenhuizen en zorginstellingen worden onderzocht. Een grootscheeps project. In haar brief beschrijft VWS de genomen en de nog te zetten stappen om onrechtmatig voordeel door derden te voorkomen.Wat vindt Per Saldo? Berichten over misbruik van het pgb zorgen er al jaren voor dat alle budgethouders verdacht worden van foute handelingen. Per Saldo heeft zich daar altijd sterk tegen verzet. Elke dag staan wij in contact met budgethouders en elke dag merken we dat de vele rechtgeaarde, individuele budgethouders hun pgb op een volkomen legale manier inzetten. Goedkope zorg, omdat zij inkopen wat nodig is, niet meer en niet minder. Aan de andere kant wil Per Saldo de kop niet in het zand steken. De fraudeverhalen blijven aanzwellen, fraudeurs worden door rechters veroordeeld voor hun wandaden, het opsporen van criminelen die het pgb misbruiken blijkt onvermijdelijk, absoluut noodzakelijk om de goeden niet onder de kwaden te laten lijden. Dat bij dit onderzoek ook de individuele budgethouder benaderd zal moeten worden is niet prettig, maar helaas niet te voorkomen. Aline Saers benadrukt dat zij in de contacten met VWS en de zorgkantoren voortdurend opkomt voor de belangen van budgethouders: “Wij volgen dit proces op de voet en wijzen met name zorgkantoren erop dat budgethouders op een juiste manier benaderd moeten worden, niet als potentiële fraudeurs. Want fraude moet niet in de eerste plaats bij het individu gezocht worden, het gaat om de georganiseerde fraude door bureaus. Juist door de 'rotte appels' op te sporen, houden we het pgb overeind!”
Geplaatst: 22-05-2013 09:03
Door:
redactie

Slechtziendheid bij ouderen wordt veroorzaakt door een erfelijk defect in het afweersysteem, stellen onderzoekers van de afdeling Oogheelkunde van het UMC St Radboud in Nature Genetics. Dragers van het defect hebben een 22 keer hoger risico op leeftijdsgebonden maculadegeneratie, de belangrijkste oorzaak van slechtziendheid bij ouderen. Door het defect wordt het afweersysteem onvoldoende afgeremd, waardoor beschadigingen in het netvlies ontstaan Leeftijdsgebonden maculadegeneratie is een ouderdomsziekte van het centrale deel van het netvlies, de macula. Door het afsterven van de lichtgevoelige cellen in de macula vermindert het centrale zicht. Leeftijdsgebonden maculadegeneratie maakt lezen, gezichten herkennen en autorijden moeilijk tot onmogelijk. De aandoening begint over het algemeen na het vijftigste jaar, en met het ouder worden neemt het risico fors toe. Ongeveer 35 procent van de mensen boven de 75 lijdt aan leeftijdsgebonden maculadegeneratie. Vijf jaar geleden zetten dr. Anneke den Hollander (geneticus) en prof. dr. Carel Hoyng (oogarts) een databank op voor het verzamelen van patiëntgegevens. De databank is inmiddels uitgegroeid tot een van de grootste databanken voor leeftijdsgebonden maculadegeneratie ter wereld. De bank vormt een belangrijke basis van het onderzoek van de afdeling Oogheelkunde. Groter risico door haperende remOogarts in opleiding John van de Ven, eerste auteur van het artikel in Nature Genetics, toonde aan dat sommige patiënten met leeftijdsgebonden maculadegeneratie een erfelijk defect hebben in het CFI gen. Deze patiënten hebben een 22 keer grotere kans op de aandoening dan de mensen zonder dit defect. Het CFI gen speelt een belangrijke rol in het complementsysteem, een onderdeel van ons afweersysteem. Het is de taak van het complementsysteem om ziekteverwekkers te doden, lichaamsvreemde stoffen op te ruimen en afweercellen aan te trekken. Maar het complementsysteem kan ook lichaamseigen cellen beschadigen. Om zich daartegen te beschermen gebruikt het lichaam het CFI, dat het complement systeem kan afremmen. Mensen met een foutje in het CFI gen kunnen het complement systeem echter onvoldoende remmen, waardoor ze veel makkelijker maculadegeneratie ontwikkelen. De onderzoekers toonden aan dat het complementsysteem inderdaad overactief is in het bloed van deze patiënten. Het is nog onduidelijk waarom een overactief complementsysteem juist tot problemen in het oog leidt en niet op andere plaatsen in het lichaam. Mogelijk is de macula extra gevoelig voor schade door de blootstelling aan licht en een hoog zuurstofgehalte. Vetten in de macula kunnen door deze blootstelling reageren met zuurstof (oxidatie) en beschadigd raken. Op hun beurt activeren deze geoxideerde vetten het afweer- en complementsysteem, waardoor de maculadegeneratie in gang wordt gezet en uiteindelijk het centrale gezichtsvermogen afneemt. Persoonlijke zorgOp dit moment zijn de behandelmogelijkheden voor leeftijdsgebonden maculadegeneratie beperkt. Met dit onderzoek hopen de onderzoekers beter te begrijpen welke defecten ten grondslag liggen aan het ontstaan van leeftijdsgebonden maculadegeneratie, zodat ze nieuwe aangrijpingspunten kunnen vinden voor toekomstige behandelingen. Het is de verwachting dat in de toekomst aan de hand van het genetisch profiel van iedere patiënt de meest optimale behandeling wordt vastgesteld. De ontdekking van de rol die het CFI gen bij de leeftijdsgebonden maculadegeneratie speelt, brengt het streven naar deze zogeheten Personalized Healthcare weer een stap dichterbij.
Geplaatst: 22-05-2013 08:48
Door:
redactie

Er komen veel verschillende hulpverleners over de vloer bij kwetsbare thuiswonende ouderen. Gemiddeld bijna tien hulpverleners, waarvan minder dan een derde informele hulpverlener (mantelzorger of zorgvrijwilliger) is. Als er meer zorg nodig is, komen vooral extra formele hulpverleners (professionals) uit de thuiszorg over de vloer, maar niet meer informele hulpverleners. Dit blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam en VU Medisch Centrum. Als er meer informele hulpverleners zijn, beoordeelt een oudere de zorg positiever. Klein sociaal netwerkDe meeste kwetsbare ouderen hebben maar een klein sociaal netwerk. Als er zorg nodig is, zijn er maar een beperkt aantal mensen die ze om hulp kunnen vragen. Als straks minder thuiszorg beschikbaar is, kan een deel van de kwetsbare ouderen de zorg mogelijk niet vervangen met andere informele hulpverleners. Hoogleraar Informele Zorg Marjolein Broese van Groenou: “We zien dat bij een grotere zorgbehoefte van de oudere er meer formele maar niet meer informele hulpverleners in het zorgnetwerk aanwezig zijn. Gevolg kan zijn dat bij een grotere zorgbehoefte de aanwezige mantelzorgers meer uren zorg moeten bieden, terwijl dit niet altijd mogelijk is. Vooral inwonende mantelzorgers geven veel uren hulp zonder aanzienlijke inzet van andere informele hulpverleners”. Meer mantelzorgers, meer regie en betere kwaliteit van zorgSlechts weinig ouderen hebben zelf de regie over het zorgnetwerk, het totaal aan informele en formele hulpverleners. Toch zijn ze over het algemeen tevreden over de zorg die zij krijgen. Een groot deel geeft wel aan dat ze graag meer hulp willen ontvangen: vooral hulp bij het huishouden en het verplaatsten buitenshuis. Die taken nemen mantelzorgers nu vooral voor hun rekening. Als er meer informele hulpverleners betrokken zijn, beoordeelt een oudere de zorg positiever en ervaart (samen met hen) een grotere regie over de zorg. Versterk het informele zorgnetwerkGegeven de aanstaande veranderingen in de langdurige zorg ondersteunt het onderzoek de noodzaak het informele zorgnetwerk van ouderen te verbreden en te versterken. Naast partners en kinderen is meer inzet van andere typen informele hulpverleners nodig, waaronder familieleden, buurtgenoten, kennissen en zorgvrijwilligers. De zorgbehoevende oudere, de aanwezige informele hulpverleners maar ook zorgvrijwilligers en medewerkers van de thuiszorg kunnen hier een proactieve rol in spelen. Onderzoek Zorgnetwerken van Kwetsbare OuderenHet huidige regeerakkoord vereist dat steeds meer ouderen langdurig thuis zorg ontvangen van zowel mantelzorgers, zorgvrijwilligers als professionele hulpverleners. VU- en VUmc-wetenschappers hebben daarom onderzocht hoe de netwerken van kwetsbare thuiswonende ouderen zijn samengesteld. Ze bestudeerden de gemengde zorgnetwerken van 75 thuiswonende ouderen in de regio Amsterdam waarin zowel formele hulpverleners als informele hulpverleners hulp bieden.
Geplaatst: 21-05-2013 08:50
Door:
redactie

Gisteren beklommen 400 fietsers en lopers de Mont Ventoux in Frankrijk om de strijd aan te gaan tegen de ziekte Multiple Sclerose. Met Klimmen tegen MS deed ook Team Vlinder mee. Dit is een 20-koppig team dat bestaat uit mensen met MS. In estafettevorm beklommen zij lopend de Mont Ventoux. Zij liepen allen minimaal 1 kilometer. Hiermee willen zij andere mensen met MS inspireren om te blijven kijken naar mogelijkheden. De sponsorgelden van dit evenement gaan rechtstreeks naar het Nationaal MS Fonds. Dit is de landelijke organisatie voor mensen met MS die dit jaar 20 jaar bestaat. Enorme groeiIn 2011 ging de organisatie van Klimmen tegen MS met ongeveer 16 mensen de kale monsterberg op. In 2012 was dit aantal verdubbeld en heeft de actie meer Euro 60.000 opgeleverd. Nu, in het derde jaar, heeft het evenement 400 deelnemers en is dus enorm gegroeid. De teller staat op dit moment al op bijna Euro 250.000. De mensen die meedoen hebben zelf MS of kennen iemand met MS. Dagelijks hebben zij te maken met deze ziekte van het centrale zenuwstelsel waarvoor helaas nog geen genezend middel bestaat. De deelnemers strijden voor onderzoek en naar een verbetering van kwaliteit van leven voor mensen met MS.Multiple ScleroseMS is een ziekte van het centrale zenuwstelsel die ongeveer 17.000 mensen in Nederland hebben. Wereldwijd hebben 2,5 miljoen mensen deze chronische ziekte. MS is een onvoorspelbare ziekte en kan zich bij een ieder anders voordoen. Zo kan de een nog de Mont Ventoux beklimmen, terwijl de ander rolstoelafhankelijk is. De meeste mensen met MS bevinden zich hier tussen in.
Geplaatst: 21-05-2013 08:42
Door:
redactie

Toenemend aantal patiënten struikelt over verhoogde financiële drempelSchrappen van fysiotherapie uit basispakket leidt tot onaanvaardbaar gezondheidsrisicoDoor af te zien van noodzakelijke fysiotherapeutische hulp loopt een toenemend aantal mensen onaanvaardbare gezondheidsrisico's. Vooral mensen uit de lagere inkomensgroepen mijden de fysiotherapeut sinds het schrappen van fysiotherapie uit het basispakket. Dat blijkt uit een representatieve peiling van het onderzoeksinstituut (ITS) van de Radboud Universiteit. De conclusie van deze peiling wordt bevestigd door het consumentenpanel van de TV-rubriek EenVandaag. 59 % van de respondenten geeft aan dat het moeilijker is geworden om de noodzakelijke fysiotherapeutische behandelingen te kunnen betalen.Deze uitkomsten staan in schril contrast met de beweringen van zowel politiek als verzekeraars. Deze stellen dat de toegang tot de noodzakelijke basiszorg niet verandert voor mensen die het echt nodig hebben. Het ITS-rapport en de consumentenpeiling van EenVandaag wijzen nu uit dat deze bewering niet kan worden waargemaakt. De onderzoekers van het onderzoeksinstituut van de Radboud Universiteit hebben een representatieve steekproef gehouden onder de Nederlandse fysiotherapie praktijken. Daaruit zijn schrijnende gevallen naar voren gekomen. Zo krijgen cliënten met een geamputeerd been niet meer de zorg die zij nodig hebben om te kunnen functioneren. Ook mensen die een hartoperatie achter de rug hebben zien af van de fysiotherapie die nodig is om weer te kunnen herstellen. Dit zijn slechts enkele gevallen uit de lange reeks die door de onderzoekers werd vastgesteld. Ook stelden zij vast dat reuma, bekkenklachten en werkgerelateerde klachten in toenemende mate niet meer worden behandeld door de fysiotherapeut. Veel mensen zoeken hun toevlucht nu tot de veel duurdere tweede lijn. Dat zit nog wel in het basispakket. Het basispakket bevat slechts nog een aantal onderdelen fysiotherapie. Het gaat om een aantal chronische ziekten en behandelingen na bepaalde operaties. Veelal moeten mensen de eerste twintig (!) behandelingen zelf betalen, nog afgezien van het jaarlijkse eigen risico. Daardoor kunnen alleen degenen met een redelijk gevulde portemonnee nog naar de fysiotherapeut. Alleen zij kunnen de eerste twintig behandelingen die nu voor eigen rekening komen betalen. Pas daarna betaalt de zorgverzekeraar. De ITS/Radboud-peiling, die op verzoek van het KNGF is uitgevoerd en de uitslag van EenVandaag bevestigen eerdere onderzoeken van het NIVEL en het recente Trendrapport 2013 van de Rabobank. Daaruit blijkt dat 20% van alle consumenten kiezen voor de goedkoopste verzekeringsvorm, steeds vaker afzien van een aanvullende verzekering en vaak een (te hoog) eigen risico (moeten) nemen.