Onderzoekers van the National Cancer Institute in Bethesda (VS) en het Nederlands Kanker Instituut Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam tonen aan dat blootstelling aan formaldehyde de kans op bepaalde vormen van kanker vergroot.Formaldehyde wordt onder meer gebruikt in de begrafenisindustrie, waar men er lichamen mee balsemt (conserveert). Ook anatomen en pathologen maken van deze stof gebruik. Verder wordt de stof gebruikt voor de productie van harsen, plastic en meubelen, waarmee zij zeer belangrijk is voor de economie. In Nederland zijn de grenswaarden om met formaldehyde te werken de laagste van Europa, in de Verenigde Staten ligt dit anders. Daar hebben ongeveer twee miljoen mensen op hun werkplek dagelijks met de stof te maken. Tot voor kort beschouwde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) formaldehyde namelijk alleen als veroorzaker van kanker van de nasopharynx, een zeer zeldzame vorm van kanker in de neus.De studie van Michael Hauptmann (NKI-AVL), die vandaag gepubliceerd wordt in de Journal of the National Cancer Institute, toont echter aan dat er mogelijk een oorzakelijk verband is tussen blootstelling aan formaldehyde en myeloïsche leukemie. Dit verband werd al vermoed, maar deze studie levert aanvullende bewijzen. Mede op basis van het onderzoek van Hauptmann heeft de WHO zeer recent ook leukemie toegevoegd aan de door formaldehyde veroorzaakte vormen van kanker.Hauptmann en onderzoekers van het Amerikaanse NCI onderzochten in totaal 485 mensen die in de (Amerikaanse) begrafeniswereld werkten en tussen 1960 en 1986 overleden. Uit dit onderzoek bleek dat langdurig werk, waarbij men lichamen balsemt, en de daarbij horende mogelijke blootstelling aan formaldehyde de kans vergroot om te overlijden aan myeloïsche leukemie. De kans was verreweg het grootst bij mensen die langer dan twintig jaar met de stof in aanraking kwamen.Het is al langer bekend dat pathologen, anatomen en werknemers in de (Amerikaanse) begrafenisindustrie een verhoogd risico hebben om aan leukemie te overlijden. Voor het eerst geeft de studie van Hauptmann concrete aanwijzingen dat dit mogelijk aan formaldehyde te wijten is.Op dit moment is in Nederland het balsemen van overledenen alleen bij hoge uitzondering toegestaan. Vermoedelijk wordt vanaf 2010 echter een verandering in de Wet op de Lijkbezorging doorgevoerd, die een lichte vorm van balseming, thanatopraxie, voor iedere overledene mogelijk maakt.
Beeldvormende technieken, zoals MRI, zijn een steeds belangrijker middel voor een vroege diagnose van de ziekte van Alzheimer. Het volgen van weefselverlies in het gebied dat cruciaal is voor het geheugen (hippocampus) is een goede indicator voor het risico op de ziekte van Alzheimer. Daarnaast geeft het volgen van de vermindering van het totale hersenvolume door middel van MRI inzicht van het verloop van de ziekte. Deze resultaten blijken uit het onderzoek van Wouter Henneman, waarop hij op 27 november hoopt te promoveren aan VU medisch centrum. Een vroege diagnose van Alzheimer kent twee aspecten; het onderscheiden van gezonde personen van patiënten met de ziekte van Alzheimer en het voorspellen en volgen van de snelheid waarmee de ziekte zich ontwikkelt. Uit het onderzoek van Henneman blijkt dat MRI op verschillende momenten een uitstekend middel is om risico en verloop te meten in een vroeg stadium. Een vroege diagnose van de ziekte van Alzheimer is belangrijk om patiënten en hun omgeving vroegtijdig te kunnen voorbereiden op het verloop van hun ziekte. Daarnaast is het kunnen volgen van het verloop van de ziekte essentieel om de effectiviteit van nieuwe, nog te ontwikkelen medicijnen, te kunnen meten. Het onderzoek van Henneman leidde al eerder tot publicaties in het vooraanstaande blad 'Neurology'. Over de ziekte van AlzheimerDe ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. In Nederland is op dit moment bij ruim 200.000 mensen de diagnose 'dementie' gesteld. Daarnaast zijn er vermoedelijk ongeveer 60.000 mensen, die lijden aan dementie, maar bij wie de diagnose nog niet is vastgesteld. Circa 12.000 dementiepatiënten zijn jonger dan zestig jaar wanneer de ziekte begint. De Gezondheidsraad schat dat tot 2040 het aantal patiënten zal verdubbelen als er geen oplossing voor deze ziekte komt. Deze toename wordt met name veroorzaakt door de toenemende vergrijzing. Geschat wordt dat er wereldwijd 30 miljoen dementerenden zijn, waarvan tweederde in de ontwikkelde wereld. Dit aantal groeit in 2040 zullen tot ruim 80 miljoen Alzheimerpatiënten. Deze toename zal vooral plaatsvinden in sterk groeiende, dichtbevolkte gebieden als China, India en Latijns Amerika. Over het Alzheimercentrum VUmcHet Alzheimercentrum VU medisch centrum is één van de vier Alzheimercentra in Nederland. De speerpunten van het onderzoek van het Alzheimercentrum VUmc zijn vroegdiagnostiek, dementie op jonge leeftijd en nieuwe therapievormen. De ambitie van het Alzheimercentrum VUmc is om verder uit te groeien tot het leidende centrum op het gebied van dementie, met name op jonge leeftijd. Het Innovatiefonds Zorgverzekeraars en het bedrijfsleven leveren financiële ondersteuning aan de ambities van het Alzheimercentrum. Het Alzheimercentrum VUmc staat onder leiding van prof.dr. Philip Scheltens.
Afgelopen week is de 250-e patiënt geopereerd met behulp van de surgicube, een semi-mobiele operatie-unit op de polikliniek oogheelkunde van MCH Westeinde. Deze is sinds begin juli in gebruik voor oogoperaties, zoals cataractoperaties en oculoplastische chirurgie. Het grootste voordeel voor patiënten is behandeling op één locatie en tijdwinst. De semi-mobiele operatie-unit zorgt er zelf voor dat het werkveld waarbinnen de arts opereert, steriel is. Dat gebeurt door het blazen van steriele lucht op plaatsen waar dit belangrijk is waardoor de Surgicube nog sterieler is dan een conventionele operatiekamer. De surgicube is geschikt voor patienten die tijdens de operatie geen ondersteuning nodig hebben van een anesthesist. Ze worden geopereerd onder plaatselijke verdoving. Patiënten die in de surgicube geopereerd worden, zien tijdens het consult dat enkele weken ervoor plaatsvindt de oogarts en de technisch oogheelkundig assistent. Aanvullend lichamelijk onderzoek en het maken van een hartfilmpje en bloedonderzoek zijn niet meer nodig . Patienten krijgen tijdens het eerste consult direct een afspraak mee voor de operatiedag. Patiënten worden een half uur voor de ingreep verwacht in de ontvangstruimte naast de surgicube en kunnen na afloop meteen naar huis.
De elektronische uitwisseling van medische gegevens moet vanuit de regio worden vormgegeven en niet landelijk worden opgelegd. Dit stellen de beroepsorganisaties in de huisartsenzorg, LHV, NHG en VHN. De minister moet het veld hiertoe de ruimte geven, in het belang van de zorg voor de patiënt. Die is immers lokaal georganiseerd. Huisartsen onderschrijven al jaren het belang van het onderling elektronisch uitwisselen van gegevens. 'Wij bieden integrale zorg dicht bij huis. Die zorg is gebaat bij een integraal en compleet dossier,' zegt Paul Habets, vicevoorzitter van de LHV, namens de gezamenlijke huisartsenverenigingen. 'Maar de elektronische uitwisseling van gegevens moet het zorgproces ondersteunen en mag geen doel op zich zijn.' LHV, NHG en VHN hebben daarom de uitgangspunten vastgelegd voor een elektronisch medisch dossier dat huisartsen in de waarneming gebruiken. 'Wat ons betreft zijn deze uitgangspunten een begaanbare weg om te komen tot verbetering van de bestaande regionale informatie-uitwisseling in de huisartsenzorg,' aldus Habets. 'Wij vertrouwen erop dat de minister ons hierin steunt en huisartsen de ruimte geeft.' Betrouwbaarheid vooropMinister Klink van VWS richt zich met zijn wens tot invoering van een landelijk Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) in eerste instantie op het werkgebied van de huisarts. Huisartsen hebben al meer dan twintig jaar ervaring met het opbouwen en overdragen van medische gegevens ten behoeve van de patiëntenzorg. Het Waarneem Dossier Huisartsen (WDH) is op dit moment al op veel plaatsen regionaal beschikbaar. Beproefd moet worden of het WDH ook via de landelijke infrastructuur voor de huisartsen ontsloten kan worden. Daarbij staan veiligheid en gebruiksgemak voorop. De huisartsen willen deze toepassingen daarom de komende jaren geleidelijk en gecontroleerd invoeren vanuit een regionaal perspectief. 'Voor ons staat het vertrouwen van de patiënt voorop,' stelt Habets. 'Dat betekent dat de uitwisseling van gegevens veilig en betrouwbaar moet zijn. Dat stelt zowel eisen aan de systemen als aan de gebruikers. Wij willen daarbij niet over een nacht ijs gaan. De ervaringen in het veld bepalen dus het tempo van de invoering van de elektronische gegevensuitwisseling.'
Amnesty International Nederland heeft dinsdag ruim 32 duizend handtekeningen overhandigd aan vertegenwoordigers van het CDA, PvdA, SP en Groen Links. De petitie wil de Tweede Kamer ervan overtuigen dat Nederland moet instemmen met de brede antidiscriminatierichtlijn van de EU. De CG-Raad heeft deze actie van harte ondersteund. Bij de aanbieding van de petitie werd ook het bijhorende affiche getoond. Iemand in een rolstoel en de tekst: Ik ben geen kostenpost. Dit affiche bleek hoge actualiteitswaarde te hebben. Want de volgende dag volgde in de Vaste Kamercommissie van sociale zaken het debat over de Brede EU-Richtlijn gelijke behandeling. In dat debat bleek opnieuw dat het kabinet zich heel terughoudend opstelt als het gaat om de reikwijdte van de richtlijn. Toepassing op alle belangrijke levensgebieden gaat veel te veel kosten, vindt het kabinet. Als reactie daarop hield een Kamerlid tijdens het debat het affiche van Amnesty omhoog. Platform Artikel 19Kort voor het debat had het Platform Artikel 19 nog een kritische brief over het kabinetsstandpunt naar de Kamer gestuurd. In dit platform werken de volgende organisaties samen: CG-Raad, ANBO, Art. 1, E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit en Movisie homo- en lesbisch emancipatiebeleid. Zij vinden dat het kabinet zich veel te negatief opstelt ten aanzien van de richtlijn. Vooral omdat er door de verschillende landen nog druk wordt onderhandeld over de definitieve tekst van de richtlijn. TolerantieHet Platform artikel 19 bekritiseert de nadruk die het kabinet legt op de mogelijk financiële consequenties van gelijke behandeling in Nederland. Van een kabinet dat gelijke behandeling hoog in het vaandel heeft staan, mag meer inhoud verwacht worden. Het Platform vindt die afwijzende houding voor Nederland onwaardig, gezien het feit dat Nederland zich graag laat voorstaan op zijn geschiedenis van tolerantie en non-discriminatie. * Klik hier voor het kabinetsstandpunt. (pdf-bestand) * Klik hier voor de reactie van Platform Artikel 19. (word-bestand)
Een implantaat zo groot als een vingernagel elimineert tumoren in muizen met huidkanker. Dat melden wetenschappers van de universiteit van Harvard deze week in vakblad Science Translational Medicine. Het implantaat leert cellen van het afweersysteem hoe zij tumorcellen kunnen herkennen en vernietigen. Tumorcellen onderdrukken het afweersysteem van een kankerpatiënt actief. Wetenschappers zijn al een aantal jaar bezig met het ontwikkelen van een kankervaccin dat het afweersysteem kan leren hoe het een tumorcel moet herkennen. Tot nu toe worden cellen van het afweersysteem daarvoor uit het lichaam van de patiënt gehaald. Het is mogelijk deze cellen buiten het lichaam te herprogrammeren en daarna weer terug te plaatsen. Het probleem bij deze experimentele aanpak is dat meer dan 90 procent van de behandelde cellen dood gaat voordat zij enig effect hebben gehad.Opgeruimd door het afweersysteem Bio-engineers en immunologen van de universiteit van Harvard ontwikkelden een transplantaat zo groot als een vingernagel. Dit wordt onder de huid aangebracht en geeft verschillende signaalstoffen af. Dendritische cellen (de poortwachters van het afweersysteem) reageren op de signaalstoffen en trekken richting het implantaat. Daar komen de cellen terecht in een porie, waar ze antigenen van de tumorcellen opnemen. De dendritische cellen verlaten het implantaat weer en rapporteren hun bevindingen direct aan T-cellen in de lymfeklieren. Die T-cellen komen vervolgens in actie om de tumorcellen op te sporen en te vernietigen. Het implantaat is inmiddels getest bij muizen met huidkanker. De resultaten zijn veelbelovend. 50 procent van de muizen met een grote tumor, die negen dagen kon groeien, heeft baat bij de behandeling. Wanneer de tumor dertien dagen de tijd krijgt om zich uit te breiden, heeft nog 20 procent van de knaagdieren profijt van het implantaat. De tumor wordt bij deze muizen helemaal opgeruimd door het eigen afweersysteem. En omdat T-cellen tumorcellen dankzij de behandeling direct herkennen, is de kans dat de ziekte later weer terug komt niet zo groot.Schalen naar het menselijk lichaam De kracht van het implantaat ligt waarschijnlijk in het feit dat de signaalstoffen veel verschillende typen dendritische cellen activeren. Dat is een groot verschil met behandeling van cellen buiten het lichaam, waarbij slechts een deel van het afweersysteem een tumorcel leert te herkennen. Ook ten opzichte van huidige behandelingen als operaties en chemotherapie heeft het implantaat een groot voordeel. Gezond weefsel wordt door het afweersysteem met rust gelaten, waardoor een patiënt sneller kan herstellen. De wetenschappers willen hun behandeling nu gaan schalen naar het menselijk lichaam. Daarvoor hoeven zij aan de grootte van het implantaat en de structuur van het materiaal niet veel meer te veranderen. Wel moeten ze nog even aan de slag met de juiste signaalstoffen, antigenen en de geschikte doses van beide. Die kunnen tussen muis en mens namelijk nogal verschillen.
