Jaarlijks krijgen in Nederland ongeveer 12.000 mensen de diagnose darmkanker te horen. Het chirurgisch verwijderen van het gezwel geeft de beste kansen voor overleving en is dan ook noodzakelijk. Helaas zijn er sterke aanwijzingen dat deze methode de kans verhoogt dat overgebleven kankercellen zich uitzaaien. Bij maar liefst 25% van de patiënten, die geen zichtbare uitzaaiingen hebben op het moment van de operatie, ontwikkelen zich alsnog binnen 5 jaar uitzaaiingen in organen als de lever.
Om deze patiënten te kunnen helpen, is het noodzakelijk te begrijpen hoe chirurgisch verwijderen van het kankergezwel kan leiden tot het ontstaan van uitzaaiingen in de lever. Gül toont in haar proefschrift in een experimenteel model aan dat een darmoperatie leidt tot besmetting van het bloed met bacteriële componenten die uit de darmen komen.
Deze bacteriële componenten activeren vervolgens verschillende immuuncellen, zoals macrofagen in de lever. Geactiveerde macrofagen scheiden schadelijke stoffen, zoals zuurstofradicalen, uit die het vaatstelsel van de lever beschadigen. Hierdoor kunnen kankercellen, die helaas in het bloed van een groot deel van de kankerpatiënten kunnen worden aangetoond, aanhechten aan het beschadigde leverbloedvaten, wat leidt tot uitgroei van uitzaaiingen in de lever.
Echter, wanneer er rondom de operatie wordt behandeld met kanker-specifieke antilichamen, blijken circulerende kankercellen beter herkenbaar te zijn voor het immuunsysteem, waardoor deze effectiever worden vernietigd. Hierdoor kan de uitgroei van leveruitzaaiingen in een experimenteel model volledig worden voorkomen. Het is zeer belangrijk om nu zo snel mogelijk te onderzoeken of antilichaambehandeling rondom de operatie ook in de praktijk de uitgroei van leveruitzaaiingen bij patiënten met darmkanker kan voorkomen.